print
twitter facebook google+ linkedin

Our blog

23 March 2017 / internal communication / NL 
23 March 2017 / internal communication /

De 7 succesfactoren voor een duurzame cultuurverandering

Je herkent het wellicht. We hebben allemaal wel een collega waarmee je makkelijk een praatje slaat, die altijd bereid is om te helpen of advies te geven. Een collega die altijd wel iemand kent in een nabijgelegen afdeling of op de bovenste verdieping. Eentje waarin je – zonder dat je eigenlijk weet waarom – een natuurlijk vertrouwen hebt. Het is vooral ook iemand die een positief gedrag vertoont dat je graag op grote schaal zou willen zien in het hele bedrijf.

Wat als ik je vertel dat deze mensen de basis van je bedrijf vormen en dat zij de verandering die je wil teweegbrengen kunnen leiden? Gecoacht, ondersteund en begeleid door de betrokken managers kunnen deze werknemers samen een duurzame verandering van je bedrijfscultuur initiëren.

Hoe dat precies in zijn werk gaat, kom je te weten via deze animatievideo die je zal meenemen naar de wondere wereld van ‘Behaviour change’.


 

Kort samengevat zijn dit dé 7 ingrediënten voor een duurzame cultuurverandering:

  • Vertaal je visie of strategisch plan in een verhaal dat inspirerend, overtuigend en begrijpelijk is op elk niveau van de onderneming
  • Ondersteun je middle managers gedurende het hele traject
  • Identificeer je ambassadeurs zorgvuldig en bied hen de nodige begeleiding
  • Zet een ontmoetingsplatform op dat regelmatig contact en het delen van best practices toelaat
  • Maak je campagnes op maat van je medewerkers
  • Meet je inspanningen om je interne communicatie-acties beter te kunnen afstemmen op de noden van je collega’s
  • Wees geduldig!

 

Zin om andere organisaties te ontmoeten die cultuurverandering teweeggebracht hebben door Behaviour Change? Schrijf je dan nu in op onze inspiratiesessie die doorgaat op 19 mei a.s. (12u – 14u30) te Brussel. Gastsprekers Kaatje Caignie en Grégory Dreessen delen er graag hun ervaring bij respectievelijk Borealis en Binani 3B. Zij komen ons vertellen hoe zij hun netwerk van ambassadeurs opgezet hebben en hun managers betrokken hebben bij de duurzame verandering van hun bedrijfscultuur.

Voor meer informatie of om je in te schrijven, klik hier.

 

Emily Vandendael & Evi Claeys

This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.

This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.

twitter google+ linkedin




FR 
23 March 2017 / internal communication /

Les 7 clés pour un changement de culture durable

Vous le connaissez peut-être, ce collègue attentif, au contact facile, toujours prêt à donner un coup de main ou un conseil. Celui qui connait toujours bien quelqu’un dans un département voisin ou à l’étage supérieur. Celui en qui - sans que vous sachiez réellement pourquoi - vous avez une confiance naturelle. Concrètement, celui qui adopte les comportements positifs et qu’on souhaiterait voir généralisés dans toute l’entreprise.

Et si nous vous disions que ces personnes constituent les fondements mêmes de votre entreprise et qu'elles peuvent mener le changement auquel vous aspirez ? Coachés, soutenus et accompagnés par des managers impliqués, ces collaborateurs connectés les uns aux autres ont le pouvoir d’entamer un changement culturel interne durable.

Pour savoir comment, on vous invite à regarder cette animation qui vous embarquera dans le monde du ‘Behaviour change’.


 

En bref, voici les 7 clés pour un changement de culture durable 

  • Traduisez votre vision ou plan stratégique en une histoire inspirante, convaincante et compréhensible pour tous les niveaux de l’entreprise
  • Soutenez vos middle-managers/line managers tout au long du processus
  • Identifiez vos ambassadeurs correctement et accompagnez-les
  • Créez des plateformes de rencontres régulières afin de partager de bonnes pratiques
  • Préparez vos campagnes sur mesure pour vos employés
  • Mesurez vos efforts pour mieux adapter vos actions de communication interne
  • Soyez patients !

 

Envie de rencontrer d’autres organisations qui ont entamé le changement culturel par le Behaviour Change ? Inscrivez-vous à notre session du 19 mai prochain (12h-14h30). Kaatje Caignie et Grégory Dreessen viendront partager leur expérience chez Borealis et Binani 3B. Ils viendront nous raconter comment ils ont mis en place leurs réseaux d’ambassadeurs et impliqué l’ensemble des managers pour changer la culture d’entreprise durablement. Pour plus d’informations ou pour vous inscrire, cliquez ici.

 

Emily Vandendael & Evi Claeys

This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.

This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.

twitter google+ linkedin




Vous le connaissez peut-être, ce collègue attentif, au contact facile, toujours prêt à donner un coup de main ou un conseil. Celui qui connait toujours bien quelqu’un dans un département voisin ou à l’étage supérieur. Celui en qui - sans que vous sachiez réellement pourquoi - vous avez une confianc...
twitter google+ linkedin
Les 7 clés pour un changement de culture durable
21 February 2017 / digital media / media relations / NL 
21 February 2017 / digital media / media relations /

"Je moet durven jezelf te uberiseren"

Christophe Charlot, journalist bij het magazine Trends-Tendances, toonde als een van de eersten in België interesse in het fenomeen van de deeleconomie. Om de brug te slaan tussen theorie en praktijk, besliste hij de belangrijkste platformen die aanwezig zijn in België, aan een test te onderwerpen. Hij ‘uberiseerde’ zichzelf, door zijn eigen woning te verhuren, kant-en-klare gerechten te leveren, te koken voor zijn buren of klusjes te doen in de tuin. Dit experiment, “UberizeME” gedoopt, mondde uit in een reeks artikels en video’s, maar ook in een boek, dat verscheen bij uitgeverij Racine. Vandaag wordt Christophe Charlot aanzien als een van de vooraanstaande Belgische specialisten met betrekking tot de uberisering.

 

Denkt u echt dat alle beroepen een impact zullen ondervinden van het fenomeen van de uberisering?

Ja. Het is natuurlijk belangrijk goed te definiëren wat men verstaat onder uberisering. Laten we het beschouwen als de opkomst van een ‘digitale’ concurrent, die fundamentele veranderingen teweegbrengt in een sector die té traditioneel gebleven is, en daarbij steunt op technologie en op de creatie van nieuwe toepassingen. Dan kan je zeggen dat alle sectoren beïnvloed zullen worden. Er is een grote digitale transformatie aan de gang, dat zien we bijvoorbeeld in het transport en de hotelsector met Uber en AirBnB. Maar dat is ondertussen bijna oud nieuws. Meer en meer sectoren worden erdoor getroffen. Vandaag de dag spreekt men steeds meer over bankiers, advocaten, boekhouders en verzekeraars. Allemaal vrezen ze de opkomst van nieuwe spelers die in hun vaarwater terechtkomen.

Wordt uw beroep ook geïmpacteerd? Bestaat er al een Uber van de journalistiek?

Als we het hebben over de impact van het digitale, wordt de pers al jaren getroffen. Het volstaat te denken aan de kleine aankondigingen die al een tijd online beschikbaar zijn, of aan de impact van sociale media. Je zou ook kunnen zeggen dat de journalistiek een geüberiseerd beroep avant la lettre is, aangezien de media massaal een beroep doen op freelancers, net als Uber. De volgende etappe zal er komen door de opmars van artificiële intelligentie. Vele mensen staan daar nog steeds sceptisch tegenover, maar we zien dat intelligente algoritmes en robots zeer spoedig in staat zullen zijn om taken uit te voeren die men als exclusief voor de mens beschouwde. Robots die artikels schrijven, het bestaat al. Grote kranten als Los Angeles Times en Le Monde hebben dat uitgetest. Dat wil niet zeggen dat alle journalisten vervangen zullen worden. Integendeel, het zal hen net de tijd besparen die ze nodig hebben om meer diepgaande artikels te schrijven.   

Wat met een dienstverlening zoals communicatieadvies? Denkt u dat dit vak ook geüberiseerd kan worden?

Op een zekere manier is dit vak ook al geüberiseerd, vooral omwille van het feit dat enorm veel informatie via Twitter wordt verspreid. Ander voorbeeld: bij het faillissement van het bedrijf Take Eat Easy eind vorig jaar, werd de communicatie naar de media toe niet door een agentschap verzorgd, maar rechtstreeks door de oprichters via de site Medium, waar meer en meer mensen de neiging hebben om blogs, aankondigingen of persberichten te posten. Ergens staat dat het werk van bepaalde agentschappen in de weg, ook al zal ook hier niet de volledige dienstverlening worden vervangen. We zien ook start-ups zich ontwikkelen, zoals het platform PressKing, dat indertijd gecreëerd werd door de Belgische studio eFounders, met als doel een nieuwe methode in te luiden voor het beheren van persrelaties. Deze initiatieven hebben niet noodzakelijk veel succes op dit moment, maar je voelt dat vele ondernemende geesten aan het proberen zijn de gaten in de markt te vullen in de communicatiesector.

Welke raad zou u geven aan communicatoren om zich aan te passen aan uberisering?

De eerste stap voor alle beroepen die worden geconfronteerd met uberisering, is de eigen zwaktes te identificeren, en te bepalen welke aspecten van de dienstverlening niet optimaal zijn. Want het is daar waar al deze start-ups die een vak willen heruitvinden, een ingangspoort vinden. De tweede etappe om uberisering tegen te gaan bestaat erin de eigen sterktes te bepalen, om te bekijken of de toegevoegde waarde die men aan de klant biedt, volstaat in vergelijking met nieuwe, digitale actoren. In derde instantie moet men zelf gebruik maken van het digitale aspect, om de waarde van wat men aanbiedt aan de klant een boost te geven. Dit kan door te bekijken hoe men nieuwe middelen ter beschikking van de klant kan stellen. In zekere zin moet men durven zichzelf te uberiseren. Je kan dat vergelijken met wat Apple aangedurfd heeft door de iPhone te lanceren. Ze wisten dat dit de iPod dreigde te doen verdwijnen, nochtans hun paradepaardje in die tijd, maar toch hebben ze het gedaan. Om zulke beslissingen te nemen heeft men moed nodig.   

Na verschillende vormen van deeleconomie te hebben uitgeprobeerd, zou u geneigd zijn de journalistiek vaarwel te zeggen en in de richting van deze nieuwe beroepen te gaan ?

Absoluut niet ! Tot op heden heeft het merendeel van de diensten die op deeleconomieplatformen worden aangeboden, nog steeds een beperkte meerwaarde. Bovendien liggen ze helemaal niet in mijn activiteitendomein. Dit gezegd zijnde, als journalist zou ik wel volledig bereid zijn mezelf te uberiseren. Waarom bijvoorbeeld geen nieuwe manier ontwikkelen om informatie te behandelen? Dat is een beetje wat ik geprobeerd heb te doen via “UberizeME” – ook al was het niet echt zo gepland – aangezien deze ‘terreinstudie’ vorm kreeg in een papieren versie, een online versie, een TV-versie en een aantal korte videofragmenten. Het doel was dat elk kanaal iets anders toevoegde, maar dat het geheel coherent bleef. Ik denk dat de media in deze richting zullen evolueren, als ze de toegevoegde waarde willen verhogen. Die beweging is trouwens al aan de gang. 

 

Mathieu Van Overstraeten

This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.

twitter google+ linkedin




FR 
21 February 2017 / digital media / media relations /

"Il faut oser s'uberiser soi-même"

Journaliste pour le magazine Trends-Tendances, Christophe Charlot a été l’un des premiers en Belgique à s’intéresser à l’économie collaborative. Passant de la théorie à la pratique, il a décidé de mettre à l’épreuve les principales plateformes présentes en Belgique en s’uberisant lui-même, que ce soit en louant sa propre habitation, en livrant des plats préparés, en cuisinant pour ses voisins ou en faisant des travaux de jardinage. Cette expérience, baptisée « UberizeME », a débouché sur une série d’articles et de vidéos, mais aussi sur un livre paru aux éditions Racine. Aujourd’hui, Christophe Charlot est reconnu comme l’un des principaux spécialistes belges de l’uberisation.

 

Pensez-vous vraiment que tous les métiers vont être touchés par le phénomène de l’uberisation ?

Oui. Evidemment, il faut bien définir ce qu’on entend par uberisation. Si on considère que c’est l’arrivée d’un concurrent issu du numérique qui bouleverse un secteur resté trop traditionnel en s’appuyant sur la technologie et sur la création de nouveaux usages, on peut dire que tous les secteurs vont être touchés. Une grande transformation digitale est à l’œuvre. On le voit dans le transport et l’hôtellerie avec Uber et Airbnb. Mais ça, c’est déjà presque de l’histoire ancienne. De plus en plus de secteurs sont touchés. Aujourd’hui, on parle progressivement des banquiers, des avocats, des comptables, des assureurs. Tous craignent l’arrivée de nouveaux acteurs qui vont marcher sur leurs plates-bandes.

Votre propre métier est-il impacté ? Existe-t-il déjà un Uber du journalisme ?

Si on parle de l’impact du digital, cela fait des années que la presse est touchée. Il suffit de penser aux petites annonces, qui sont disponibles en ligne depuis longtemps, ou à l’impact des réseaux sociaux. On peut dire également que le journalisme a été un métier uberisé avant l’heure, puisque les médias recourent massivement à des freelances, comme le fait Uber. L’étape suivante viendra de l’intelligence artificielle qui émerge. Beaucoup de gens restent sceptiques par rapport à ça, mais on voit que les algorithmes intelligents et les robots vont être très rapidement capables d’effectuer des tâches que l’on croyait exclusivement réservées à l’être humain. Des robots qui écrivent des articles, ça existe déjà. Des grands journaux comme le « Los Angeles Times » et « Le Monde » l’ont testé. Cela ne veut pas dire que tous les journalistes vont être remplacés. Au contraire, cela va sans doute libérer du temps pour permettre aux journalistes d’écrire des articles plus fouillés.

Qu’en est-il d’un métier de service comme le conseil en communication ? Pensez-vous qu’il pourrait lui aussi être uberisé ?

D’une certaine façon, ce métier est lui aussi déjà uberisé, notamment à cause du fait qu’énormément d’infos sont véhiculées par Twitter. Autre exemple : lors de la faillite de la société Take Eat Easy au mois de juillet de l’année passée, la communication vers la presse n’a pas été réalisée par une agence, mais par les fondateurs en direct via le site Medium, où de plus en plus de gens ont tendance à poster des blogs, des annonces et des communiqués. Quelque part, ça court-circuite le travail de certaines agences, même si ici non plus, tous les services ne seront pas remplacés. On voit aussi qu’il y a des start-ups qui se développent, notamment la plate-forme PressKing, créée en son temps par le studio belge eFounders, dont l’objectif était d’inaugurer une nouvelle façon de gérer les relations presse. Ces initiatives n’ont pas forcément beaucoup de succès pour le moment, mais on sent que beaucoup d’esprits entreprenants sont à l’œuvre pour tenter de s’approprier certains créneaux dans le secteur de la communication.

Quels conseils donneriez-vous aux communicateurs pour s’adapter à l’uberisation ?

La première étape pour tous les métiers confrontés à l’uberisation est d’identifier là où ils sont mauvais et leurs services qui ne sont pas optimaux. Car c’est là que se trouve la porte d’entrée utilisée par toutes les start-ups qui cherchent à réinventer un métier. La deuxième étape face à l’uberisation consiste, au contraire, à identifier ses points forts, afin de voir si la valeur ajoutée qu’on apporte à ses clients tient suffisamment la route face à de nouveaux acteurs du numérique. Troisièmement, il faut soi-même utiliser le numérique pour doper sa proposition de valeur au client, en voyant comment intégrer des nouveaux outils pour les mettre à disposition de ses clients. En quelque sorte, il faut oser s’uberiser soi-même. On peut comparer ça à ce qu’Apple a osé faire en lançant l’iPhone. Ils savaient que cela risquait de tuer l’iPod, qui était leur appareil phare de l’époque, mais ils l’ont fait quand même. Pour prendre ce genre de décisions, il faut du courage.

Après avoir expérimenté vous-même plusieurs formes d’économie collaborative, pourriez-vous être tenté d’abandonner le journalisme pour aller vers ces nouveaux métiers ?

Absolument pas ! A l’heure d’aujourd’hui, la plupart des prestations sur les plateformes d’économie collaborative restent des prestations à faible valeur ajoutée. De plus, elles ne sont pas du tout dans mon domaine d’activités. Cela dit, en tant que journaliste, je serais tout à fait prêt à m’uberiser. Pourquoi ne pas développer une nouvelle manière de traiter l’information, par exemple ? C’est un peu ce que j’ai essayé de faire avec « UberizeME », même si ce n’était pas forcément prémédité, puisque cette enquête de terrain a été déclinée en version papier, en version web, en version TV et en version capsules Internet. L’objectif était que chaque canal apporte autre chose, mais que l’ensemble demeure cohérent. Et je pense que pour aller vers plus de valeur ajoutée, les médias vont aller dans cette direction. La dynamique est d’ailleurs déjà à l’œuvre. 

 

Mathieu Van Overstraeten

This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.

twitter google+ linkedin




Journaliste pour le magazine Trends-Tendances, Christophe Charlot a été l’un des premiers en Belgique à s’intéresser à l’économie collaborative. Passant de la théorie à la pratique, il a décidé de mettre à l’épreuve les principales plateformes présentes en Belgique en s’uberisant lui-même, que ce s...
twitter google+ linkedin
"Il faut oser s'uberiser soi-même"
Christophe Charlot (Trends-Tendances)
13 February 2017 / internal communication / NL 
13 February 2017 / internal communication /

Nieuwe trend in bedrijfscommunicatie na stunt door Franse presidentskandidaat?

Een toespraak houden op hetzelfde moment, door éénzelfde persoon maar op verschillende plaatsen. Wordt het een nieuwe communicatietrend? De Franse presidentskandidaat Jean-Luc Mélenchon heeft bewezen dat één persoon op twee plaatsen tegelijk kan zijn: op 5 februari was hij als hologram in Parijs te zien terwijl hij op hetzelfde moment live op het podium stond in Lyon. Dat was meteen een première voor een Frans politicus.

Nochtans is hij niet de eerste die vernieuwing brengt in de gebruikelijke lange-afstands-communicatietechnieken: de Turkse premier Erdogan had het hem in januari 2014 al voorgedaan toen hij zichzelf als gigantisch, 3 meter hoog hologram liet projecteren tijdens een partijvergadering in İzmir.

In beide gevallen waren de toeschouwers onder de indruk tot zelfs (laaiend) enthousiast: de impact is enorm en vele malen groter dan bij een klassieke videoconferentie. « Il était là avec nous, l'effet visuel était vraiment impressionnant, même si le son est peut-être encore à améliorer », aldus een toeschouwer in Parijs.

Ook in bedrijfscommunicatie is er veel potentieel omdat drukbezette topmanagers van multinationale bedrijven – net zo min als politici – op twee plaatsen tegelijk kunnen zijn. In 2016 nam Pierre Nanterme, CEO van businessconsultant Accenture, als hologram deel aan een top executives meeting in Chicago terwijl hij in een opnamestudio in Parijs was. Tegelijkertijd werd de HR-verantwoordelijke, Elly Shook, vanuit New York in de meeting ‘gestraald’ waardoor de beide toplui virtueel konden vergaderen en zelfs op vragen konden antwoorden vanuit het publiek.

Accenture is absolute koploper op het vlak van deze innoverende en overtuigende technologie en weinigen doen het hen na. Waarom eigenlijk? Gezien de impact kunnen multinationale bedrijven die werken met virtuele teams veel managementtijd besparen door avatars of hologrammen vanop afstand (maar toch kortbij!) te laten deelnemen aan een teammeeting.

De realiteit is dat deze technologie duur is en 3D-beelden enorm veel bandbreedte vereisen. Bedrijven hebben hoogtechnologische opnamestudio’s nodig, camera’s, projectieschermen en een netwerk dat de beelden kan versturen. Een hele uitdaging dus. Toch toont het voorbeeld van Mélenchon aan dat de toekomst vandaag al begonnen is!

 

Heidi Bosmans

This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.

 

twitter google+ linkedin




FR 
13 February 2017 / internal communication /

Et si Jean-Luc Mélenchon révolutionnait la communication d’entreprise?

Un discours tenu par une seule et même personne au même moment, mais à différents endroits. Cela va-t-il devenir une nouvelle tendance dans la communication ? Le candidat à l’élection présidentielle française Jean-Luc Mélenchon a prouvé qu’une personne peut être à deux endroits à la fois: le 5 février dernier, il était visible en tant qu’hologramme à Paris alors qu’au même moment, il se trouvait en chair et en os sur un podium à Lyon. Une première pour un politicien français.

Il n’est pourtant pas le premier à innover en matière de techniques de communication à distance: le premier ministre turc Erdogan avait déjà réussi la même performance en janvier 2014 lors d’un meeting de son parti à Izmir, durant lequel il avait été projeté en tant qu’hologramme géant de 3 mètres de haut.

Dans les deux cas, les spectateurs se sont montrés impressionnés et souvent même (très) enthousiastes: l’impact est énorme et certainement bien plus important qu’avec une vidéoconférence classique. « Il était là avec nous, l'effet visuel était vraiment impressionnant, même si le son est peut-être encore à améliorer », s’est exclamé un spectateur à Paris.

Dans la communication d’entreprise aussi, cette innovation recèle un potentiel immense car l’agenda ultra-chargé des dirigeants de multinationales ne leur permet pas encore de se trouver à deux endroits en même temps, pas plus que les politiciens. En 2016, Pierre Nanterme, le CEO de l’entreprise de conseil Accenture, a participé en tant qu’hologramme à une réunion de hauts dirigeants à Chicago depuis un studio d’enregistrement à Paris. Dans le même temps, la responsable des ressources humaines Elly Shook était “projetée” dans la réunion depuis New York, permettant ainsi aux deux dirigeants de participer à la réunion et même de répondre à des questions posées par le public présent.

Accenture est le leader absolu dans cette technologie innovante et convaincante, mais peu d’entreprises lui emboîtent le pas. On peut se demander pourquoi. Au vu de l’impact, les entreprises multinationales travaillant avec des équipes virtuelles pourraient économiser beaucoup de temps de management en permettant à des avatars ou des hologrammes de participer aux réunions d’équipe à distance (tout en étant tout de même proches!).

La réalité est que cette technologie coûte cher et que les images 3D exigent énormément de bande passante. Les entreprises ont besoin de studios d’enregistrement sophistiqués, de caméras, d’écrans de projection et d’un réseau capable d’envoyer les images. Un sacré défi à relever, donc. Cela dit, l’exemple de Mélenchon prouve que le futur est déjà en marche!

 

Heidi Bosmans

This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.

 

twitter google+ linkedin




Een toespraak houden op hetzelfde moment, door éénzelfde persoon maar op verschillende plaatsen. Wordt het een nieuwe communicatietrend? De Franse presidentskandidaat Jean-Luc Mélenchon heeft bewezen dat één persoon op twee plaatsen tegelijk kan zijn: op 5 februari was hij als hologram in Parijs te...
twitter google+ linkedin
Nieuwe trend in bedrijfscommunicatie na stunt door Franse pr...
www.melenchon.fr
26 January 2017 / public affairs / NL 
26 January 2017 / public affairs /

De goede voornemens van onze federale ministers in 2017 (3/4)

We kennen ze allemaal, de nieuwjaarsbeloften en de goede voornemens bij de start van het nieuwe jaar. Ook onze federale ministers ontsnappen er niet aan. Zij stelden hun ‘nieuwjaarsbrieven’ – beter bekend onder de naam ‘beleidsbrieven’ – voor aan het parlement. Wij analyseerden ze en wagen ons aan een voorspelling over de beloften die ze in 2017 wel zullen realiseren en over de goede voornemens die ze ons inziens niet zullen kunnen waarmaken. Deze week op het programma: Jan Jambon, Theo Francken, Marie-Christine Marghem en Koen Geens. 

 

Jan Jambon, Vicepremier, minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met de Regie der Gebouwen

Vooruitgang

De herinnering aan de terroristische aanslagen in Brussels Airport en metrostation Maalbeek en de niet aflatende dreiging in binnen- en buiteland zorgen ervoor dat de dossiers van Jan Jambon grotendeels gevrijwaard blijven van partijpolitiek getouwtrek. Bovendien lijkt Minister Jambon het goed te kunnen vinden met zijn tegenhanger op Justitie, CD&V’er Koen Geens, wat de vooruitgang van zijn dossiers vergemakkelijkt.

De vorig jaar reeds vrijgemaakte extra budgettaire ruimte zal verder ingezet worden voor nationale acties zoals de uitbouw van een PNR-databank - die het mogelijk zal maken om passagiers van internationale vluchten en treinritten beter te screenen – en de implementatie van een Noodplan cybersecurity.

Bovendien gaat Minister Jambon verder op zijn élan om de lokale overheden in de pas te doen lopen, via  de oprichting van Lokale Integrale Veiligheidscellen, de opvolging van de provinciale bijzondere nood- en interventieplannen voor terroristische aanslagen en de uitrol van een Incident & Crisis Management System (ICMS), zodat alle betrokken overheden beschikken over een werk- en kennisplatform voor noodplanning en crisisbeheer dat ook dienst doet als up-to-date informatiekanaal tijdens crisissen.

Stilstand

Hoewel hij dit jaar wellicht kan uitpakken met heel wat realisaties, weet Minister Jambon dat het van de dag op de andere kan afgelopen zijn met hem. Eén flater van zijn politiediensten kan voldoende zijn om hem tot ontslag te dwingen.

Verder zal hij af te rekenen hebben met de steeds groter wordende frustratie van de (lokale) politiediensten die met een scherpe stijging van het aantal overuren kampen (+11% in 2016), omwille van de terroristische dreiging, maar ook de asielcrisis en de cipierstakingen. Het absenteïsme in bepaalde korpsen stijgt navenant. Er bestaan weliswaar aanwervingsplannen, maar die nemen meer tijd in dan de politiediensten kunnen verdragen.

Tenslotte kan ook de modernisering van de wetgeving op de private veiligheidsfirma’s voor extra spanningen zorgen, binnen en buiten de meerderheid. Het feit dat met de nieuwe regels private firma’s bvb. zouden kunnen overgaan tot identiteitscontrole en het fouilleren van personen, kan aanleiding geven tot kritiek over een gedeeltelijke ‘privatisering’ van politionele taken. Bovendien zal het politieke weerwerk gevoed worden door het evaluatierapport van de bestaande bewakingswet, die een aantal pijnpunten aan het licht brengt bij diezelfde private bewakingsfirma’s. Jambon weigert dat rapport voorlopig publiek te maken, maar de politieke druk stijgt.

 

Theo Francken, Staatssecretaris voor Asiel en Migratie, belast met Administratieve Vereenvoudiging

Vooruitgang

De staatssecretaris voor Asiel en Migratie heeft zich niet geheel toevallig opgewerkt tot de populairste politicus van het land. Hij mag dan af en toe wel controversiële uitspraken doen (of tweeten), zijn dadendrang en ‘franc parler’ valt bij een groot deel van de kiezers in de smaak. Hij raast dan ook als een sneltrein door het beleidsdomein asiel en migratie. Alles wijst erop dat Francken in 2017 verdere stappen zal zetten in het terugkeerbeleid, zowel vrijwillig als gedwongen. In overleg met partijgenoot Jambon wordt een dispositief in stelling gebracht dat Francken op het einde van de legislatuur zal toelaten om te zeggen dat hij ervoor gezorgd heeft dat de wet wordt nageleefd: wie illegaal in het land is, zal ook daadwerkelijk het land worden uitgezet. Humanitaire organisaties maken zich zorgen, maar Francken zal zich niet laten afremmen, zeker nu hij zich in de feiten ook gesteund weet door recente verklaringen van Open VLD voorzitster Gwendolyn Rutten.  

Stilstand

De verplichte ondertekening van een nieuwkomersverklaring voor migranten aan wie asiel wordt verleend, zal de achillespees blijven van het integratiebeleid van Theo Francken.  Voor de concrete uitwerking ervan is hij immers aangewezen op de medewerking van de regio’s. Hij vertrouwt erop hieromtrent nog een samenwerkingsakkoord te kunnen afsluiten. In Vlaanderen zal dat ongetwijfeld lukken, maar in Wallonië zullen PS en cdh zich niet wagen aan een dergelijk ‘pact met de duivel’.

 

Marie-Christine Marghem, Minister van Energie, Leefmilieu en Duurzame Ontwikkeling

Vooruitgang

Nu de processie van Echternach rond de levensduurverlenging van de kernreactoren Doel 1 en 2 (op enkele nakende rechtsprocedures na), zo goed als afgerond is, kan Marie-Christine Marghem haar blik richten op het opmaken van een Energiepact. Dat akkoord tussen de Federale regering en de Gewesten over de energiemix van de toekomst, was zeer voluntaristisch aangekondigd voor 2015. Ondertussen heeft Minister Marghem de Gewesten de tijd (moeten) gunnen om hun eigen energieplannen uit te werken en hoopt ze eindelijk met hen rond de tafel te zitten. De uitdaging is groot: het verlies aan elektriciteitsproductie - door de definitieve sluiting van de kerncentrales tegen 2025 - compenseren met voldoende nieuwe productiemiddelen. Die nieuwe productiemiddelen zullen grotendeels uit de gewestelijke beleidsplannen moeten komen, aangezien zij bevoegd zijn voor hernieuwbare energie (uitgezonderd de windmolens op zee). Marghem start dus de gesprekken in een redelijk ‘afhankelijke positie’. We zijn niet zeker dat de partijen in de Waalse regering haar een pact gunnen in aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van 2018. Aangezien de regio’s ook gebonden zijn aan de Europese energie- en klimaatdoelstellingen en zeer goed beseffen dat voldoende en betaalbare energie essentieel is om hun economie aan de praat te houden, blijven we voorzichtig optimistisch.

Ook op korte termijn gokken we er op dat we de winter 2017-2018 zonder energietekort en black-out doorkomen. Minister Marghem heeft aangekondigd dat ze de strategische reserve, een reserve aan productiemiddelen en vraagbeheersingsmechanismen, verder wil uitbreiden.

Met het oog op de volgende winters wil Marghem ook werken aan een betere interconnectie met het buitenland en een vergoedingsmechanisme voor (bestaande) productiecapaciteit. Vanuit de bedrijfswereld kijkt men ook uit naar de vorderingen bij de opmaak van een energienorm die de competitiviteit van energie-intensieve sectoren moet helpen vrijwaren.

Stilstand

Het nieuwe jaar bracht Minister Marghem al een stevige opdoffer. Kon ze vorig jaar nog claimen dat ze een korting bedongen had op de geplande subsidies voor de Norther en Rentel windparken in zee, dan blijkt nu uit een studie van de federale regulator CREG dat de Nederlandse regering er in vergelijking met België in geslaagd is om bodemprijzen te bedingen voor haar windmolenparken. Terugkomen op de gemaakte afspraken in het kader van een concessieovereenkomst is vrij onrealistisch, maar Marghem rekent er wel op dat ze voor de nog te bouwen windmolenparken nieuwe en lagere prijsafspraken kan maken en eventueel zelfs de bestaande concessieovereenkomsten verbreken.

Koen Geens, Minister van Justitie

Vooruitgang

De veiligheid in België en de naweeën van de aanslagen vorig jaar houden ook Koen Geens bezig. Gevangenissen worden gescreend op mogelijke terreurverdachten door middel van ‘sweepings’, en specifieke radicaliseringsprogramma’s zijn in ontwikkeling. Sterke focus ligt hierbij op het terugdringen van het besmettingsgevaar in het gevangeniswezen, onder andere door geradicaliseerde gedetineerden samen op een aparte afdeling te zetten. De Minister heeft al wel vastgesteld dat er nood is aan meer islamconsulenten om deze problematiek te lijf te gaan, die zullen dus in de komende maanden moeten worden gerekruteerd. Als we de kranten er (deze week nog) op naslaan past dit thema wellicht beter onder het kopje ‘stilstand’. De middelen laten te wensen over, volgens mensen in het veld. Een actieplan met voorzichtige ‘vooruitgang’ dus tot nu toe, maar het zal de agenda van 2017 zeker blijven bepalen.

Stilstand

Weer eens een Minister die zich waagt aan de hervorming van Justitie en het recht. Maar eerst, moet de minister gedacht hebben, moeten we het systeem eens flink afstoffen. Want of het nu gaat om de gebouwen, de wetboeken, of de dienstverlening aan het loket: het moet moderner. Zoveel wordt duidelijk in de beleidsbrief van Geens. Een traject van digitalisering om tot een heus “e-justice” systeem te komen is een belangrijke pijler. De plannen werden tot nu toe, logischerwijs, vaak ingehaald door de actualiteit waaronder die van de terroristische aanslagen en een handjevol schandalen zoals Kazachgate. Minister Geens is van plan het Federaal Parket beter uit te rusten. In de strijd tegen het terrorisme, bijvoorbeeld, wenst hij ze een eigen recherchecapaciteit te geven. Een versterking van de parketten generaal en die van eerste aanleg moet ook de Federale Gerechtelijke Politie en de lokale politiediensten helpen om strafonderzoeken beter te kunnen opvolgen. Hierover zal hij dus nog eens een bilateraaltje moeten inplannen met collega Jambon.

Overigens (fun fact alert!) nam het aantal wetten, besluiten en Koninklijke Decreten het afgelopen jaar toe. Het Belgische Staatsblad werd maar liefst 10% dikker en telt 92.250 pagina’s.

twitter google+ linkedin




FR 
26 January 2017 / public affairs /

Les bonnes résolutions de nos ministres fédéraux en 2017 (3/4)

En ce début d’année, nous prenons tous de bonnes résolutions et contractons des promesses pour l’année à venir. Nos ministres fédéraux n’échappent pas à la règle. Il y a quelques mois, ils présentaient devant le parlement leurs "notes pour la nouvelle année" – mieux connues sous l’appellation de "notes de politique générale". Nous les avons analysées et nous sommes laissé aller à prédire les promesses qui seront effectivement tenues en 2017, ainsi que les bonnes résolutions qui, selon nous, ne seront pas réalisées. Les notes de politique générale des ministres fédéraux et secrétaires d’Etat seront passées en revue au cours des deux prochaines semaines sur notre blog. Au programme cette semaine: Jan Jambon, Theo Francken, Marie-Christine Marghem et Koen Geens.

 

Jan Jambon, Vice-Premier ministre et ministre de la Sécurité et de l’Intérieur, en charge de la Régie des Bâtiments

Progrès

Le souvenir des attentats à Brussels Airport et à la station de métro Maelbeek, ainsi que la menace incessante à l’intérieur comme à l’extérieur du pays rendent les dossiers de Jan Jambon moins sujets aux tiraillements entre partis politiques. De plus, Jambon semble bien coopérer avec son homologue à la Justice, le ministre CD&V Koen Geens, ce qui facilite l’avancement des dossiers.

Les moyens budgétaires supplémentaires libérés l’année dernière permettront de mettre en œuvre des actions nationales telles que l’élaboration de la banque de données PNR – qui rendra possible un meilleur screening des vols internationaux et des trajets ferroviaires – ou l’implémentation d’un plan d’urgence en matière de cybersécurité.

Par ailleurs, Jambon poursuivra sur sa lancée afin de mettre au diapason les autorités locales. Cela passera par l’établissement de cellules de sécurité intégrales locales, le suivi des plans d’urgence et d’intervention spéciaux provinciaux pour les attentats terroristes et le lancement de l’Incident & Crisis Management System (ICMS) afin que les autorités concernées disposent d’une plateforme de travail et de connaissance pour la gestion de crise et la planification d’urgence. Cette plateforme pourra aussi aider en tant que canal d’information à la pointe en temps de crises.

Marasme

2017 sera peut-être l’année de nombreuses réalisations pour Jambon, mais tout peut changer du jour au lendemain. Une bévue de ses services de police est suffisante pour le pousser vers la porte de sortie.

Il devra aussi en découdre avec la frustration toujours plus grande des services de police (locaux) qui doivent faire face à une forte augmentation du nombre d’heures supplémentaires prestées (+11% en 2016) à cause de la menace terroriste, mais aussi à cause de la crise migratoire et des grèves des gardiens de prison. L’absentéisme au sein de certains corps de police augmente à l’avenant. Il existe, il est vrai, des plans de recrutement, ils prennent toutefois plus de temps que ce que les services de police peuvent supporter.

Enfin, la modernisation de la loi sur les entreprises de sécurité privées pourrait générer certaines tensions supplémentaires, au sein et en dehors de la majorité. Le fait que de nouvelles règles autorisent ces sociétés à procéder au contrôle d’identité et aux fouilles corporelles pourrait susciter la critique soulignant une ‘privatisation partielle’ des tâches de la police. De surcroit, les réactions politiques seront alimentées par le rapport d’évaluation de la loi existante en matière de surveillance qui met en lumière certains aspects critiques chez ces mêmes entreprises de sécurité privées. Jambon refuse pour le moment de rendre ce rapport public, mais la pression politique se fait de plus en plus sentir.

 

Theo Francken, Secrétaire d'Etat à l'Asile et la Migration, chargé de la Simplification administrative

Progrès

Le secrétaire d’Etat pour l’Asile et la Migration n’est pas devenu par hasard le politicien le plus populaire du pays. Bien qu’il fasse de temps en temps des déclarations (ou poste des tweets) controversé(e)s, sa volonté d’agir et son franc parler plaisent à bon nombre d’électeurs. Il n’y va pas non plus de main morte dans sa politique d’asile et de migration. Tout indique donc que Francken prendra de nouvelles mesures en 2017 dans sa politique d’aide au retour des réfugiés, qu’il soit volontaire ou renforcé. Avec son collègue de parti Jan Jambon, Theo Francken a mis en place un dispositif qui lui permettra de dire en fin de législature que la loi a été observée : toute personne illégale dans le pays en sera automatiquement expulsée. Bien que les organisations humanitaires soient inquiètes, Francken ne va pas se dégonfler pour si peu, d’autant plus qu’il est maintenant soutenu par les récentes déclarations de la présidente de l’Open VLD Gwendolyn Rutten.

Marasme

L’obligation pour Theo Francken de signer une déclaration pour les primo-arrivants à qui l’asile a été octroyé restera le talon d’Achille de sa politique d’intégration. En plus, pour l’élaboration de cette déclaration, il est tributaire de la bonne volonté des régions. A ce sujet, il reste optimiste quant à la possibilité d’encore conclure un accord de coopération. Ceci sera chose aisée en Flandres. En revanche, cela s’annonce plus difficile en Wallonie, où le PS et le cdH ne voudront pas se risquer à un tel « pacte avec le diable ».

 

Marie-Christine Marghem, Ministre de l'Energie, de l'Environnement et du Développement durable

Progrès

Maintenant que la procession d’Echternach autour du prolongement de la durée de vie des réacteurs nucléaires Doel 1 et 2 est terminée (à l’exception de quelques procédures juridiques en cours), Marie-Christine Marghem peut se pencher sur la conception d’un pacte énergétique. Cet accord entre le gouvernement fédéral et les Régions à propos du mix énergétique du futur avait été annoncé, de manière très volontariste, pour 2015. Entretemps, Marghem a dû donner plus de temps aux Régions afin qu’elles élaborent leurs propres plans énergétiques. Elle espère maintenant pouvoir enfin s’asseoir autour de la table avec les Régions. Le défi est grand : il s’agira de compenser la perte de production d’électricité – de par la fermeture définitive des centrales nucléaires en 2025 -  par de nouveaux moyens de production. Ces moyens devront en grande partie provenir des plans régionaux, étant donné que les Régions sont compétentes dans le domaine des énergies renouvelables (excepté les éoliennes offshore). Marghem commence donc les discussions dans une position de relative ‘dépendance’. Il n’est cependant pas certain que les partis du gouvernement wallon lui accordent un pacte avant les élections communales de 2018. Vu que les Régions sont aussi liées aux objectifs climatiques et énergétiques européens et qu’elles savent pertinemment bien qu’une énergie en suffisance et abordable est essentielle pour garder leur économie à flot, nous restons relativement optimistes quant à la finalisation d’un accord. 

A court terme, nous parions aussi sur le fait que nous ne subirons ni blackout ni manque d’électricité durant l’hiver 2017-2018. La ministre Marghem a annoncé qu’elle souhaitait étendre la réserve stratégique, une réserve de moyens de production et de mécanismes de gestion de la demande.

Les prochains hivers étant déjà en ligne de mire, Marghem travaillera à une meilleure interconnexion avec l’étranger et à un mécanisme de compensation pour la capacité de production (existante). Dans le monde de l’entreprise, on reste attentif aux progrès réalisés en ce qui concerne l’élaboration d’une norme énergétique qui doit pouvoir garantir la compétitivité des secteurs énergivores.

Marasme

Nouveau coup dur pour Marghem en ce début d’année. Alors qu’elle pouvait encore clamer haut et fort l’année dernière qu’elle avait négocié une réduction sur les subsides planifiés pour les parcs éoliens offshore Norther et Rentel, une étude du régulateur fédéral CREG montre que le gouvernement néerlandais a réussi, contrairement à la Belgique, à négocier des prix planchers pour ses parcs éoliens. Revenir sur des accords signés dans le cadre d’une convention de concession est très irréaliste, mais Marghem compte bien négocier des prix plus bas pour les parcs éoliens qu’il reste à construire et même, éventuellement, rompre les conventions de concession existantes.

 

Koen Geens, Ministre de la Justice

Progrès

La sécurité nationale et les séquelles des attentats de l’an dernier remplissent l’agenda de Koen Geens. Les prisons font l’objet d’un screening pour débusquer des terroristes présumés au moyen de ‘sweepings’, et des programmes de radicalisation spécifiques sont en développement. L’accent est mis ici sur le refoulement du danger de contagion au sein du système pénitentiaire, notamment en confinant les détenus radicalisés dans une section spécifique. Le ministre s’est déjà rendu compte de la nécessité d’engager davantage de conseillers islamiques pour résoudre cette problématique. Leur recrutement devrait donc avoir lieu dans les prochains mois. En consultant les journaux, dont ceux de la semaine dernière, on serait tenté de placer cette thématique dans la case ‘marasme’.  En effet, selon les personnes de terrain, les moyens laissent à désirer. Le plan d’action ‘progresse’ donc jusqu’à présent à tâtons mais déterminera sûrement l’agenda de 2017.

Marasme

Encore un ministre qui se lance dans une réforme de la Justice et du droit. Avant toutefois de s’aventurer dans une telle entreprise, le ministre doit avoir mené sa réflexion, le système doit être sérieusement dépoussiéré. La note de politique générale de Geens est à ce sujet limpide : qu’il s’agisse des bâtiments, des différents codes ou de la prestation de service au guichet, tout doit être modernisé. La route de la numérisation vers un véritable système « e-justice » en forme un pilier central. De toute évidence, les plans ont jusqu’à présent été rattrapés par l’actualité, dont entre autres les attentats terroristes et une série de scandales comme le Kazachgate. Le ministre Geens a l’intention de mieux équiper le Parquet fédéral. Il souhaite, par exemple, doter les parquets d’une capacité d’enquête propre dans la lutte contre le terrorisme. Un renforcement des parquets généraux et de ceux de première instance doit également aider la police judiciaire fédérale et les services de police locale à mieux suivre les enquêtes pénales. Il devra à cet effet prévoir une nouvelle bilatérale avec son collègue Jambon.

Pour le surplus (fun fact alert !), le nombre de lois, arrêtés, décrets et ordonnances a connu une croissance en 2016. Le Moniteur belge s’est épaissi de pas moins de 10 % et comptait 92.250 pages à la fin de l’année dernière.

twitter google+ linkedin




En ce début d’année, nous prenons tous de bonnes résolutions et contractons des promesses pour l’année à venir. Nos ministres fédéraux n’échappent pas à la règle. Il y a quelques mois, ils présentaient devant le parlement leurs "notes pour la nouvelle année" – mieux connues sous l’appellation de "n...
twitter google+ linkedin
Les bonnes résolutions de nos ministres fédéraux en 2017 (3/...
17 January 2017 / public affairs / NL 
17 January 2017 / public affairs /

De goede voornemens van onze federale ministers in 2017 (2/4)

We kennen ze allemaal, de nieuwjaarsbeloften en de goede voornemens bij de start van het nieuwe jaar. Ook onze federale ministers ontsnappen er niet aan. Zij stelden hun ‘nieuwjaarsbrieven’ – beter bekend onder de naam ‘beleidsbrieven’ – voor aan het parlement. Wij analyseerden ze en wagen ons aan een voorspelling over de beloften die ze in 2017 wel zullen realiseren en over de goede voornemens die ze ons inziens niet zullen kunnen waarmaken. Het tweede deel van onze analyse is gewijd aan Johan Van Overtveldt, Sophie Wilmès, Philippe De Backer en Willy Borsus.

 

Johan Van Overtveldt, Minister van Financiën, belast met bestrijding van de fiscale fraude

Vooruitgang

Een verlaging van de vennootschapsbelasting, al of niet symbolisch, is een must have voor de N-VA, daarin gesteund door de liberale coalitiepartners. Met deze trofee kan de N-VA vol zelfvertrouwen de lange aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 inzetten.

De invoering van een mobiliteitsbudget als volwaardig alternatief voor de klassieke bedrijfswagen is positief een dossier waarmee zowel de liberale minister van Sociale Zaken De Block, de christen-democratische minister van Werk Peeters als de N-VA minister van Financiën kunnen scoren bij het brede publiek. Die kans zullen ze niet aan zich laten voorbijgaan. Mobiliteitsbudget? Check!

 

Stilstand

Onrealistische accijnsinkomsten. De drastische accijnsverhogingen op alcohol en tabak die in het kader van de taxshift werden gestemd bleken in 2016 al niet het verhoopte resultaat op te leveren. In plaats van meer inkomsten te genereren dreigt de schatkist er ook in 2017 aan te verliezen. Voorzichtige pogingen om de geplande verhogingen terug te schroeven worden afgeblo(c)kt en de minister van Financiën zal andermaal het verwijt krijgen dat hij ‘niet kan rekenen’.

De CD&V roep om een meerwaardebelasting blijft als een molensteen rond de nek van Van Overtveldt hangen. Bij elke poging om de fiscaliteit te hervormen met het oog op een lastenverlaging voor de bedrijven zal hij onherroepelijk door zijn coalitiepartner geportretteerd worden als de man die het geld zoekt bij de hardwerkende burger in plaats van bij de rijke renteniers.

 

Sophie Wilmès, Minister van Begroting, bevoegd voor de Nationale Loterij

Vooruitgang

Samen met Minister Steven Vandeput, bevoegd voor Ambtenarenzaken, zal Sophie Wilmès de nadruk blijven leggen op de principes van goed bestuur. Het Bureau voor ambtelijke ethiek en deontologie, waarover zij de voogdij uitoefent, nam alvast een vlammende start door de Nationale Loterij te verplichten om orde op zaken te zetten in de onderneming achter de Lotto-Soudal ploeg. De volgende rit gaat naar de evaluatie van  het bedrijfsgovernance-charter van de publieke operator van kansspelen. De minister bevoegd voor de Nationale Loterij heeft er duidelijk zin en laat – als het over goed bestuur gaat – niks aan het toeval over.  

 

Stilstand

Het blijft nog even afwachten of een budgettair evenwicht in 2018 echt haalbaar is, of gewoon een Zweedse utopie blijkt. Ondertussen zal de Minister van Begroting de handen vol hebben met erover te waken dat het budget 2017 binnen Europees opgelegde traject blijft.  De jonge Minister zal nog heel wat politieke spieren moeten kweken om haar collega’s ervan te weerhouden budgettair uit de bocht te gaan. Zeker nu de volgende verkiezingen stilaan in zicht komen en men het moe wordt om steeds weer op budgettair dieet te moeten. Zelfs als Sophie Wilmès erin slaagt de uitgaven onder controle te houden, is het nog altijd zeer de vraag of de overheidsinkomsten wel zullen overeenkomen met de ondertussen gekende optimistische schattingen van Financiën.

 

Philippe De Backer, Staatssecretaris voor Bestrijding van de sociale fraude, Privacy en Noordzee

Vooruitgang

Als staatssecretaris tegen sociale fraude, moet De Backer in de eerste plaats zorgen voor een kader dat sociale fraude in ons land minder aantrekkelijk maakt. Dit impliceert een verlaging van de lasten op arbeid, wat moet zorgen voor extra jobcreatie. Een verlaging van de loonlasten maakt ons competitiever ten aanzien van onze buurlanden en aangezien het motto van de regering-Michel net jobs, jobs, jobs is, en alle regeringspartijen hierover eensgezind zijn, mag dat geen probleem zijn.

We zaten met z’n allen nog nooit zo vaak op sociale media elk aspect van ons leven te delen, en toch werd er nog nooit zoveel belang gehecht aan privacy. Een portefeuille die trouwens met deze regering voor het eerst in het leven werd geroepen. We worden met z’n allen digitaler, zonder goed en wel te beseffen welke gevolgen hieraan verbonden zijn. En dan hebben we het niet alleen over sociale media, maar ook overheden hebben meer en meer informatie over ons doen en laten. Phillipe De Backer wil dan ook de invoering van een privacypaspoort, zodat burgers zien in welke databanken hun gegevens zitten en wat er uiteindelijk mee gebeurt. Meer transparantie, wie kan daar nu tegen zijn?

 

Stilstand

Het fenomeen is in België al langer bekend, buitenlandse werknemers die in ons land tewerkgesteld zijn, maar lagere kosten hebben, omdat ze de sociale lasten in het land van herkomst betalen, meestal zijn dit landen in Oost-Europa en vaak wordt dit systeem ook toegepast in de bouwsector. Het siert Philippe De Backer dat hij dit probleem van sociale dumping wil aanpakken, al is nog maar de vraag wat een klein land als België tegen dit fenomeen kan doen. Het is met andere woorden een probleem dat enkel op Europees niveau kan worden aangepakt. En laat net de Europese besluitvorming nog logger en complexer zijn dan de Belgische.

In het kader van het Klimaatakkoord dat in Parijs werd gesloten, kan gebruik worden gemaakt van onze Noordzee om alternatieve energie op te wekken. Er wordt volop gewerkt aan de bouw van nieuwe windmolenparken, al lijkt het dat we in het zak gezet werden toen de concessies werden toegekend (in vergelijking met Nederland, werd er in België €2 miljard te veel uitgegeven). De Backer komt hiermee in het vaarwater van minister Marghem, die blijft volharden dat de consessies destijds goed werden onderhandeld. De Backer wil dan ook naar eigen zeggen ‘breken met subsidiewaanzin bij windmolenparken’, en laat het net de Open VLD zijn die geen aangename herinneringen overhoudt aan het beperken van subsidies in de energiesector.

 

Willy Borsus, Minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO's, Landbouw en Maatschappelijke Integratie

 Vooruitgang

Het ondersteuningsbeleid voor KMO’s, zoals de maatregelen om de competitiviteit van de ondernemingen te bevorderen, een voordeliger fiscaliteit, de strijd tegen de sociale dumping en een makkelijker toegang tot kredieten zal in 2017 vruchten beginnen dragen en afgemeten kunnen worden aan een groeiend aantal startende ondernemingen en een stijgend aantal jobs, de absolute prioriteit van de regering Michel.

De verdere groei van het vrouwelijk ondernemerschap zal zowel binnen de regering als daarbuiten, over de ideologische grenzen van links en rechts heen, verwelkomd worden. Het zal Willy Borsus toelaten zichzelf op de kaart te zetten als een ondernemings- en vrouwvriendelijk beleidsman.         

 

Stilstand

De hervorming van de financiering van de sociale zekerheid, voorzien voor 2017, zal een onmogelijke opdracht blijken voor het duo Borsus – De Block. Tot op heden paste de federale overheid altijd geld bij als bleek dat er een gat bleek te zijn in de sociale zekerheid. Onder impuls van de N-VA wil de regering de sociale partners responsabiliseren om zich aan de toegekende enveloppe te houden. Borsus is één van de ministers die de sociale partners in de pas zal moeten laten lopen en dat belooft een lastige klus te worden. De oppositiepartijen zullen de kans om de regering een asociaal beleid te verwijten uiteraard niet laten passeren.

twitter google+ linkedin




FR 
17 January 2017 / public affairs /

Les bonnes résolutions de nos ministres fédéraux en 2017 (2/4)

En ce début d’année, nous prenons tous de bonnes résolutions et contractons des promesses pour l’année à venir. Nos ministres fédéraux n’échappent pas à la règle. Il y a quelques mois, ils présentaient devant le parlement leurs "notes pour la nouvelle année" – mieux connues sous l’appellation de "notes de politique générale". Nous les avons analysées et nous sommes laissé aller à prédire les promesses qui seront effectivement tenues en 2017, ainsi que les bonnes résolutions qui, selon nous, ne seront pas réalisées. Ce blog est consacré à Johan Van Overtveldt, Sophie Wilmès, Philippe De Backer et Willy Borsus.

 

Johan Van Overtveldt, Ministre des Finances, chargé de la Lutte contre la fraude fiscale

Progrès

Une baisse de l’impôt sur les sociétés, qu’elle soit symbolique ou non, est une obligation pour la N-VA qui, sur ce sujet, est soutenue par ses partenaires de coalition libéraux. Avec ce trophée, la N-VA aura fait le plein de confiance en vue des élections communales de 2018.

La mise en place d’un budget mobilité en tant qu’alternative crédible à la voiture de société classique est un dossier positif grâce auquel autant la ministre libérale des affaires sociales De Block, le ministre chrétien-démocrate de l’Emploi Peeters que le ministre des Finances de la N-VA Van Overtveldt pourront scorer auprès du grand public. Cette chance, ils ne la laisseront pas passer. Un budget mobilité ? Check !

Marasme

Des recettes des accises irréalistes. Les hausses drastiques des accises sur l’alcool et le tabac qui ont été votées dans le cadre du tax shift semblent ne pas avoir eu en 2016 le résultat escompté. Au lieu de voir rentrer plus d’argent dans ses caisses, le Trésor semble promis à de nouvelles pertes en 2017. Ses timides tentatives de ramener les hausses planifiées à un niveau inférieur ont été immédiatement blo(ck)ées et le ministre des Finances va une fois encore être considéré comme « quelqu’un qui ne sait pas compter ».

L’appel du CD&V en faveur d’une taxe sur les plus-values reste un véritable fardeau pour Van Overtveldt. A chaque tentative de réforme de la fiscalité avec, en ligne de mire, une réduction d’impôts pour les entreprises, il est inlassablement décrit par son partenaire de coalition comme étant celui qui va chercher l’argent chez le citoyen travailleur au lieu d’aller le chercher auprès des riches rentiers.

 

Sophie Wilmès, Ministre du Budget, en charge de la Loterie Nationale

Progrès

En tandem avec le ministre de la Fonction Publique Steven Vandeput, Sophie Wilmès ne transigera pas sur les principes de bonne gouvernance. Elle, qui exerce une tutelle sur le Bureau d’Ethique et de Déontologie administrative, ne pouvait pas mieux commencer en imposant à la Loterie Nationale de mettre de l’ordre dans la société de l’équipe Lotto-Soudal. Prochaine étape du tour, l’évaluation de la Charte de gouvernance d’entreprise de l’opérateur public des jeux de hasard. La ministre en charge de la Loterie prend la main et ne laissera pas les règles de bonne gouvernance au hasard en 2017.

Marasme

En attendant de savoir si l’équilibre budgétaire en 2018 ne relève pas d’une douce utopie suédoise, la ministre du Budget devra s’assurer que le budget reste dans les clous de la trajectoire définie avec l’Union européenne. Une tâche loin d’être facile. Jeune ministre, Sophie Wilmès doit encore prendre du muscle politique pour contraindre ses collègues à s’abstenir de tout dérapage budgétaire. D’autant plus que l’équipe Michel est fatiguée de ne pas pouvoir délier les cordons de la bourse en vue des prochains rendez-vous électoraux. Si malgré ces difficultés Sophie Wilmès arrive à garder le contrôle sur les dépenses de l’Etat, encore faudra-t-il que les recettes estimées par les Finances ne pêchent une fois de plus par excès d’optimisme.

 

Philippe De Backer, Secrétaire d'Etat à la Lutte contre la fraude sociale, à la Protection de la vie privée et à la Mer du Nord

Progrès

En tant que Secrétaire d’Etat contre la fraude sociale, De Backer doit en premier lieu faire en sorte de rendre la fraude sociale dans notre pays moins attractive. Cela sous-entend une réduction des charges sur le travail qui doit, en contrepartie, contribuer à la création d’emplois. Une réduction des charges salariales nous rendrait plus compétitif par rapport à nos pays voisins. Au vu du slogan du gouvernement Michel « jobs, jobs, jobs » et des partenaires de coalition, une telle mesure ne devrait poser aucun problème.

Jamais auparavant nous n’avions partagé autant de moments de vie sur les réseaux sociaux. Et pourtant, l’importance que nous accordons à notre vie privée n’as jamais été aussi grande. Une compétence qui a été créée pour la première fois avec ce gouvernement. Nous sommes de plus en plus connectés sans toujours bien nous rendre compte des conséquences qui en découlent. Nous ne parlons pas ici que des réseaux sociaux, mais aussi des autorités qui ont de plus en plus d’informations à notre sujet. Philippe De Backer veut donc mettre en place le « passeport vie privée » afin que les citoyens puissent voir dans quelles bases de données leurs informations se trouvent et savoir finalement ce qui en est fait. Qui pourrait dès lors s’opposer à plus de transparence ?

Marasme

Le phénomène est connu en Belgique depuis longtemps : des travailleurs étrangers souvent originaires d’Europe de l’Est sont engagés dans notre pays car ils coûtent moins cher du fait qu’ils paient leurs cotisations sociales dans leurs pays d’origine. Ce système est aussi fort répandu dans le secteur du bâtiment. Philippe De Backer a la volonté d’aborder le problème du dumping social. Cependant, la question est de savoir ce qu’un petit pays comme la Belgique peut faire contre ce phénomène. Immanquablement, ce problème ne sera traité efficacement qu’au niveau européen. Toutefois, c’est là que le bât blesse : la prise de décision y est encore plus complexe et lourde qu’en Belgique…

Dans le cadre de l’Accord sur le Climat conclu à Paris, notre Mer du Nord pourrait être utilisée afin de produire de l’énergie renouvelable. Bien que nous soyons bien avancés dans la construction de nouveaux parcs éoliens, il semblerait que nous nous soyons fait avoir lorsque les concessions ont été attribuées (en comparaison avec les Pays-Bas, la Belgique a dépensé €2 milliards de trop). Sur ce sujet, De Backer marche sur les plates-bandes de la ministre Marghem, qui prétend mordicus que les concessions ont été bien négociées en son temps. De Backer, selon ses dires, veut arrêter la folie des subsides octroyés à ces parcs éoliens, alors que l’Open VLD n’a pas de très bons souvenirs de la limitation des subsides dans le secteur de l’énergie.

 

Willy Borsus, Ministre des Classes moyennes, des indépendants, des PME, de l’Agriculture et de l’Intégration sociale

Progrès

Les politiques de soutien aux PME telles que la stimulation de la compétitivité des entreprises, un régime fiscal plus avantageux, la lutte contre le dumping social, ou encore un accès au crédit plus facile seront des mesures fort appréciées au sein du gouvernement Michel puisqu’elles contribueront à la création de jobs, objectif n°1 du Premier ministre.

En outre, le développement de l’entreprenariat féminin dépassera les clivages politiques traditionnels majorité vs. opposition, gauche vs. droite. Il s’agit d’un sujet sociétal de plus en plus actuel sur lequel Willy Borsus pourra capitaliser afin d’accroitre sa popularité tant au nord qu’au sud du pays.

 

Marasme

La réforme du financement de la sécurité sociale prévue pour 2017 ne sera pas une mince affaire pour le duo gouvernemental Borsus-De Block. Jusqu’à présent, le fédéral a toujours comblé le trou dans la Sécu lorsque les partenaires sociaux ne s’en sortaient pas avec l’enveloppe qui leur avait été allouée. Dorénavant, les deux ministres souhaitent rendre cette aide fédérale conditionnelle et responsabiliser les partenaires sociaux. Ces mesures agacent fortement ces derniers étant donné qu’ils devront, au cas où ce projet de loi passerait, trouver d’autres sources de financement. Cette réforme fera par ailleurs les choux gras de l’opposition : elle l’instrumentalisera afin d’affaiblir le gouvernement et de se positionner en vue des élections communales de 2018.

twitter google+ linkedin




We kennen ze allemaal, de nieuwjaarsbeloften en de goede voornemens bij de start van het nieuwe jaar. Ook onze federale ministers ontsnappen er niet aan. Zij stelden hun ‘nieuwjaarsbrieven’ – beter bekend onder de naam ‘beleidsbrieven’ – voor aan het parlement. Wij analyseerden ze en wagen ons aan ...
twitter google+ linkedin
De goede voornemens van onze federale ministers in 2017 (2/4...
17 January 2017 / crisis communication / reputation management / FR 
17 January 2017 / crisis communication / reputation management /

L'airbag de VW a bien fonctionné

C’est l’heure du Salon de l’Auto et des bilans dans le secteur automobile. Malgré la crise, la voiture se vend toujours bien et les Belges se pressent à Brussels Expo. Et ceux qui ont subi les crises de plein fouet ne se portent pas si mal. Petit retour en arrière: le 20 septembre 2015, les médias voyaient le groupe VW faire la grande culbute en raison de la crise liée aux émissions polluantes des moteurs diesel.

Mémoire courte

La communication de VW n’a pas été parfaite, loin de là. Poussive et très erratique aux premiers jours de la crise, elle s’est petit à petit améliorée, preuve, si besoin est, que c’est en subissant des crises – réelles ou simulées – que l’on devient un bon gestionnaire de crise…

Mais le propos de ce blogpost, en marge du Salon de l’Auto qui bat son plein à Bruxelles, est plutôt que les consommateurs ont la mémoire courte. En 2016, les ventes de voitures en Belgique affichaient une hausse de 7,7%, et la marque VW arrive en deuxième position (après Renault) avec une hausse de 11%...

Loi "Renault" et "VW" gate

Renault, qui est donc la marque automobile préférée des Belges, ne semble pas (plus ?) souffrir de l’association à la fermeture "sauvage" de l’usine de Vilvoorde, qui date il est vrai de 1997 mais dont on reparle à l’occasion de quasi chaque restructuration soumise à la loi dite "Renault". VW a tiré les leçons de cette "erreur" de Renault en tentant de faire adopter le vocable "Diesel-gate" en lieu et place de "VW-gate" et, par la même occasion, en se faisant un peu oublier et en généralisant la faute à l’ensemble de l’industrie.

Airbag

Plus fondamentalement, VW a sans doute bénéficié d’une technologie bien connue des constructeurs automobiles, l’airbag. Dans le cas qui nous occupe, l’airbag est le coussin de protection que représente la bonne réputation de VW. Le groupe allemand bénéficiait d’une réputation de qualité, de solidité et de fiabilité qui allait bien au-delà des véhicules eux-mêmes: au moment du crash, cette réputation a protégé VW des conséquences fatales de la crise. Il n’empêche évidemment pas la société de sortir meurtrie de cet accident de parcours et nécessite du temps et des efforts pour fonctionner à nouveau à plein… Sans compter les aspects juridiques et leurs conséquences financières qui vont encore alourdir les déboires de VW dans les prochaines années. Mais on est loin de la sortie de route envisagée un moment…

 

Thierry Bouckaert

This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.

 

twitter google+ linkedin




C’est l’heure du Salon de l’Auto et des bilans dans le secteur automobile. Malgré la crise, la voiture se vend toujours bien et les Belges se pressent à Brussels Expo. Et ceux qui ont subi les crises de plein fouet ne se portent pas si mal. Petit retour en arrière: le 20 septembre 2015, les médias ...
twitter google+ linkedin
L'airbag de VW a bien fonctionné
12 January 2017 / public affairs / NL 
12 January 2017 / public affairs /

De goede voornemens van onze federale ministers in 2017 (1/4)

We kennen ze allemaal, de nieuwjaarsbeloften en de goede voornemens bij de start van het nieuwe jaar. Ook onze federale ministers ontsnappen er niet aan. Zij stelden hun ‘nieuwjaarsbrieven’ – beter bekend onder de naam ‘beleidsbrieven’ – voor aan het parlement. Wij analyseerden ze en wagen ons aan een voorspelling over de beloften die ze in 2017 wel zullen realiseren en over de goede voornemens die ze ons inziens niet zullen kunnen waarmaken. De komende twee weken passeren in een aantal blogposts op deze site de beleidsbrieven van de federale ministers en staatssecretarissen de revue. Beginnen doen we met Charles Michel, Maggie De Block, Kris Peeters en Daniel Bacquelaine.

 

Charles Michel, eerste minister

Vooruitgang

Laat ons het jaar beginnen met positief nieuws. De campagne ‘Positive Belgium’, draagt onder impuls van Charles Michel bij tot een economische, sociale en culturele herwaardering van België. Investeerders én toeristen vinden opnieuw de weg naar ons land en gesteund door de aantrekkende economie stijgt ook het binnenlands vertrouwen in de regering en haar beleid.

De impasse rond de hervorming van de vennootschapsbelasting, de invoering van een meerwaardebelasting en het activeren van het geld op de spaarrekeningen wordt onder impuls van de regeringsleider gedeblokkeerd. Hij waakt erover dat elke partij iets uit de brand sleept en dus met een trofee in de hand kan uitkijken naar de gemeenteraadsverkiezingen van 2018. Of de CD&V de meerwaardebelasting binnenhaalt, is twijfelachtig maar een akkoord over ARCO kan de pijn verzachten. De kaarten werden herverdeeld en de premier heeft een aantal belangrijke troeven in de hand.

Stilstand

Het imago van een ‘kibbelkabinet’ zal de regering Michel I ook in 2017 niet van zich kunnen afschudden. Niettegenstaande enkele successen zoals de aantrekkende economie en de stijgende werkgelegenheid zal de ‘Zweedse coalitie’ ook in 2017 ontmaskerd worden als een slecht in elkaar gezette Ikea-kast op losse schroeven. De profileringsdrang van de vier partijen in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 zal in vele dossiers de bovenhand blijven halen en de succesjes van de ploeg overschaduwen.

Het met veel bombarie aangekondigde Nationaal Pact voor strategische investeringen dreigt dode letter te blijven. De inkt van het pact was nauwelijk droog of de aangekondigde herstructureringen van Caterpillar, AXA en andere ING’s brachten de premier alweer met beide voeten op de grond. De lauwe reacties van de regio’s, de nog steeds torenhoge staatsschuld en de kritische blik van Europa op onze begroting maken het dan ook onwaarschijnlijk dat de regering zelf het goede voorbeeld zal kunnen geven wat grote investeringsprojecten betreft. Het zal dus van de privé-sector moeten komen, maar die kijkt voorlopig nog even de kat uit de boom.

 

Maggie De Block, Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid

Vooruitgang

Het activeren van langdurig zieken staat hoog bovenaan de agenda. De batterij aan maatregelen in de beleidsbrief, gaande van reïntegratieplannen op maat, over meer controle op misbruiken, tot fiscale incentives zullen stilaan tot een meetbare vooruitgang leiden. De steun van coalitiepartner N-VA en de queeste van de premier naar jobs! jobs! jobs! zorgen voor een extra duwtje in de rug.

e-Health ontgroeit de kinderschoenen. In 2017 zullen tal van nieuwe digitale tools en platformen op de zorgverstrekkers losgelaten worden: het elektronisch patiëntendossier wordt gestroomlijnd, de arts levert elektronische voorschriften af, proefprojecten mobile health worden opgestart … Onder het goedkeurend oog van partijgenoot en minister voor digitale agenda Alexander De Croo lanceert Maggie De Block de gezondheidszorg op de digitale snelweg.

Stilstand

Het staat in de sterren geschreven: verdere besparingsmaatregelen in de gezondheidszorg zullen onvermijdelijk blijken omdat de implementatie van de vele en broodnodige structurele hervormingen ook in 2017 op zich zal laten wachten. Hoezeer de minister mag en zal beweren dat haar besparingen de patiënt niet zullen treffen, haar verhaal zal overstemd worden door de aanzwellende proteststem van artsen, apothekers, verpleegkundigen en ziekenfondsen die niet zullen aarzelen om diezelfde patiënt als schild te gebruiken in hun verzet tegen de hervormingen. De patiënt centraal? Ja, zo centraal dat hij vermalen dreigt te worden tussen twee partijen.

De hervorming van de ziekenhuizen, komt in woelig vaarwater terecht. Na twee jaar studeren en aftasten wordt het stilaan tijd om tot actie over te gaan. Alleen…. de timing is wel heel erg ongelukkig. Wie zal het immers aandurven om in volle aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2018 aan de bevolking te vertellen dat lokale ziekenhuizen bepaalde diensten niet meer zullen aanbieden en dat patiënten voortaan 20 km verderop op consultatie moeten gaan.


Kris Peeters, Vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel

Vooruitgang

Werkbaar wendbaar werk is al geruime tijd het stokpaardje van Kris Peeters. Zijn wetsvoorstel is alvast veelbelovend, maar de vakbonden schieten al met scherp. Flexibelere werkuren, occasioneel telewerk, allemaal zaken die vakbonden niet graag zien gebeuren. Toch wijst alles erop dat de wet er wel degelijk zal komen, de vraag blijft alleen hoe omvattend deze zal zijn.

Hetzelfde geldt voor de modernisering van de wet van 1996. De modernisering heeft tot doel om - een goed evenwicht te vinden tussen de bescherming en ontwikkeling van de koopkracht en de competitiviteit van Belgische bedrijven. Eind oktober werd dit goedgekeurd op de ministerraad, maar de bal ligt nu in het kamp van de sociale partners. Ook in dit dossier lijkt de regering vast van plan haar slag thuis te halen.

Stilstand

Kris Peeters wil nachtarbeid in e-commerce verankeren in de wet. Eerdere initiatieven op dit vlak draaiden tot niets uit, de e-commerce komt in België maar nauwelijks van de grond. Als het vorige keren niets heeft opgeleverd, waarom zou het in 2017 dan wel lukken?

Het staats nergens vermeld in zijn beleidsnota, maar al jaren komt Kris Peeters met dit idee op de proppen, de meerwaardebelasting. Afgelopen zomer werd hierover met N-VA nog een rel over gevoerd en de beslissing werd overgeheveld naar Charles Michel. Toch lijkt het hoogst onwaarschijnlijk dat zo’n meerwaardebelasting effectief in werking zal treden. Een regeling voor ARCO kan de bittere pil echter vergulden.

 

Daniel Bacquelaine, Minister van Pensioenen

Vooruitgang

De mogelijkheid om de studiejaren te valoriseren bij de berekening van de pensioenen door middel van een afkoopsom is hét grote idee van de overigens vrij afwezige minister van Pensioenen. En het lijkt hem te zullen lukken. Een voorbeeld: wie voor 2020 vier studiejaren afkoopt voor een eenmalige storting van 5400 EUR (die bovendien fiscaal aftrekbaar zijn) zal later jaarlijks 1000 EUR extra pensioen ontvangen. Volgens de minister is deze eenmalige investering op drie jaar terugverdiend. 

Een ander dossier waarmee Daniel Bacquelaine in 2017 kan scoren is de invoering van het deeltijds pensioen. Dit moet een meer geleidelijke overstap van werk naar pensioen mogelijk maken en de activiteitsgraad van oudere werknemer helpen opkrikken. Deze maatregel stond in het regeerakkoord, maar het bleef lange tijd stil hierrond. In 2017 zal daar veranderring in komen.

Stilstand

De herziening van de lijst met zware beroepen blijft ook in 2017 een blok aan het been van de pensioenminister. Werknemers en werkgevers staan hier lijnrecht tegenover elkaar. De bal werd inmiddels in het kamp gelegd van de administratie van pensioenen die objectieve criteria moet zien uit te dokteren om een beroep als ‘zwaar beroep’ te kunnen beschouwen. Kwatongen beweren dat Bacquelaine niet gehaast is om in dit delicate dossier knopen door te hakken. Hij zou de hete aardappel liever doorschuiven naar zijn opvolger. 

De volgende blogpost verschijnt op 17 januari en zal gewijd zijn aan de beleidsnota’s van Johan Van Overtveldt, Willy Borsus, Philippe De Backer en Sophie Wilmès.
twitter google+ linkedin




FR 
12 January 2017 / public affairs /

Les bonnes résolutions de nos ministres fédéraux en 2017 (1/4)

En ce début d’année, nous prenons tous de bonnes résolutions et contractons des promesses pour l’année à venir. Nos ministres fédéraux n’échappent pas à la règle. Il y a quelques mois, ils présentaient devant le parlement leurs "notes pour la nouvelle année" – mieux connues sous l’appellation de "notes de politique générale". Nous les avons analysées et nous sommes laissé aller à prédire les promesses qui seront effectivement tenues en 2017, ainsi que les bonnes résolutions qui, selon nous, ne seront pas réalisées. Les notes de politique générale des ministres fédéraux et secrétaires d’Etat seront passées en revue au cours des deux prochaines semaines sur notre blog. Nous commençons par Charles Michel, Maggie De Block, Kris Peeters et Daniel Bacquelaine.

 

Charles Michel, Premier ministre

Progrès
Commençons l’année sur une note positive. Charles Michel pilotera la campagne "Positive Belgium", grande opération de valorisation de la Belgique économique, sociale et culturelle. Le leader libéral veut séduire touristes, investisseurs, journalistes et électeurs. Positive Belgium ouvrira 2017 sur un air feel good et boostera la croissance économique du pays tout en mettant le paquet sur l'image du gouvernement et de sa politique.
L’impasse concernant la réforme de l’impôt des sociétés, ainsi que les propositions de taxe sur la valeur ajoutée et de mobilisation de l’épargne, est détournée sous l’impulsion du capitaine Michel. Il veille à ce que chaque parti puisse tirer son épingle du jeu et aller aux élections communales de 2018 avec son trophée sous le bras. On peut douter que le CD&V puisse repartir avec la taxe sur la valeur ajoutée, mais un accord sur ARCO permettra de mettre du baume sur la plaie. Les cartes ont été redistribuées et certains atouts importants figurent à présent entre les mains du Premier.
Marasme
Michel I ne parviendra pas non plus à se débarrasser en 2017 de l’image d’un "cabinet de la discorde" –du flamand "kibbelkabinet". En dépit de quelques succès comme une économie attractive et un taux d’emploi croissant, la "Coalition suédoise" sera aussi perçue en 2017 comme un meuble Ikea branlant et mal assemblé. La nécessité des quatre partis de se profiler en vue des élections communales de 2018 pèsera sur de nombreux dossiers et jettera une ombre sur les petits succès de l’équipe gouvernementale.
Le Pacte national pour les investissements stratégiques annoncé en fanfare risque de rester une lettre morte. L’annonce tomba dans un moment malheureux, puisque peu après s’ouvrit le bal des annonces de restructuration des Caterpillar, Axa et autres ING. Les réactions mitigées des Régions, la dette publique toujours autant démesurée et le regard critique de l’Europe sur notre budget laissent dubitatif quant à la capacité du gouvernement à montrer lui-même le bon exemple en matière de gros projets d’investissement. La contribution devra donc venir du secteur privé, qui s’attarde pour le moment à regarder d’où vient le vent.


Maggie De Block, Ministre des Affaires Sociales et de la Santé publique

Progrès
L’activation des malades de longue durée est inscrite tout en haut de son agenda. La batterie de mesures figurant dans sa note de politique générale, que ce soit les plans de réintégration sur mesure, un plus grand contrôle des abus ou encore les incitants fiscaux, mèneront peu à peu à un progrès notable. Le soutien de la N-VA, partenaire de coalition, et la volonté du Premier ministre de toujours créer plus de jobs ! jobs ! jobs ! lui donneront indéniablement un petit coup de pouce.
L’e-Santé est arrivée à maturité. En 2017, de nombreux outils digitaux et plateformes pour les prestataires de soins verront le jour : le dossier électronique des patients sera simplifié, le médecin rendra des prescriptions électroniques, des projets-tests de santé mobile seront initiés… Maggie De Block lancera les soins de santé sur la voie royale du digital, sous le regard approbateur de son partenaire de parti et ministre de l’Agenda digital Alexander De Croo.

Marasme
C’est écrit dans les étoiles : davantage de mesures d’économie dans les soins de santé sembleront inévitables puisque l’implémentation de nombreuses et nécessaires réformes structurelles en 2017 tardera à venir. Bien que la ministre prétende - et prétendra - que ses économies n’affecteront pas le patient, son histoire ne fera pas le poids face aux protestations de plus en plus grandes des médecins, pharmaciens, infirmiers et mutuelles qui n’hésiteront pas à prendre le patient comme bouclier dans leur résistance contre ces réformes. Le patient, central ? Oui, tellement central qu’il est maintenant tiraillé entre les deux parties.
La réforme des hôpitaux tombe à l’eau. Après deux années d’études et de tâtonnements, il est tout doucement temps de passer à l’action. Seulement voilà… le timing est fort peu favorable. Qui se risquerait à raconter à la population, en amont des élections communales d’octobre 2018, que les hôpitaux locaux ne vont dorénavant plus offrir certains services et que les patients devront aller 20 km plus loin pour une consultation ?

 

Kris Peeters, Vice-Premier ministre et Ministre de l’Emploi, de l’Economie et des Consommateurs, chargé du Commerce extérieur

Progrès
Le travail flexible et faisable est depuis longtemps le cheval de bataille de Kris Peeters. Son projet de loi est prometteur, mais les syndicats le descendent déjà en flammes. Heures de travail flexibles, télétravail occasionnel ; que des mesures que les syndicats ne tiennent pas à voir se réaliser. Tout indique cependant que la loi passera bel et bien. La question reste de savoir à quel point celle-ci sera exhaustive.
Le même constat vaut pour la modernisation de la loi de 1996. La modernisation a pour objectif de trouver le bon équilibre entre la protection et le développement du pouvoir d’achat et de la compétitivité des entreprises belges. Le Conseil des Ministres approuva celle-ci fin du mois d’octobre mais la balle figure à présent dans le camp des partenaires sociaux. Le gouvernement semble ici aussi être en bonne voie pour décrocher une victoire.  
Marasme
Kris Peeters veut couler le travail de nuit dans l’e-commerce dans le béton législatif. D’autres initiatives similaires et entreprises précédemment n’ont mené à rien, l’e-commerce ne parvenant pas à décoller en Belgique.  Si les initiatives précédentes ont échoué, pourquoi le ministre réussirait-il en 2017 ?
Bien que mentionnée nulle part dans sa note de politique générale, Kris Peeters pousse depuis des années la taxe sur la valeur ajoutée. Une dispute avec la N-VA éclata encore l’été dernier et la décision de trancher fut remise à Charles Michel. Il semble pourtant hautement improbable qu’une telle taxe sur la valeur ajoutée voit effectivement le jour. Un accord sur ARCO pourra toutefois faire passer la pilule.

 

Daniel Bacquelaine, Ministre des Pensions

Progrès
L’harmonisation du système de valorisation des années d’études dans le calcul de la pension semble être LA bonne idée du ministre des Pensions. Ce principe est soutenu par le gouvernement et sera mis en œuvre dans le courant de l’année 2017. Concrètement, celui qui rachètera quatre années d’études avant 2020 payera, après réduction, 5400 euros déductibles fiscalement pour bénéficier de 1000 euros supplémentaires de pension. D’après le cabinet Bacquelainecet investissement sera amorti après trois ans.
Un autre domaine dans lequel Daniel Bacquelaine pourrait potentiellement marquer des points en 2017 est celui de la pension à temps partiel. Une fois implémenté, ce système permettra aux personnes en fin de carrière de préparer en douceur leur retraite. Cet objectif fait partie de l’accord de gouvernement. Petit bémol : le projet est dans sa phase initiale. Bacquelaine devra mettre les bouchées doubles s’il veut le concrétiser en 2017.
Marasme
La réforme de la liste des métiers pénibles reste le gros boulet que Bacquelaine traînera comme une âme en peine en 2017. Cette mesure n’enchante ni les employeurs, ni les partenaires sociaux. La balle est pour le moment dans le camp de l’administration des pensions qui doit établir une liste sur base de critères objectifs des métiers qui peuvent être considérés comme « pénibles ». De mauvaises langues laissent entendre que le ministre n’est pas pressé de trancher dans ce dossier délicat. Bacquelaine serait-il en train de jouer la montre afin de reléguer la patate chaude à son successeur ?

Les prochains articles paraîtront le 17 janvier et seront dédiés aux notes de politique générale de Johan Van Overtveldt, Theo Francken, Philippe De Backer et Sophie Wilmès.
twitter google+ linkedin




We kennen ze allemaal, de nieuwjaarsbeloften en de goede voornemens bij de start van het nieuwe jaar. Ook onze federale ministers ontsnappen er niet aan. Zij stelden hun ‘nieuwjaarsbrieven’ – beter bekend onder de naam ‘beleidsbrieven’ – voor aan het parlement. Wij analyseerden ze en wagen ons aan ...
twitter google+ linkedin
De goede voornemens van onze federale ministers in 2017 (1/4...
08 December 2016 / public affairs / EN 
08 December 2016 / public affairs /

In light of the EU’s possible opposition to grant market economy status (MES) to China, the latter however offers many opportunities for Belgium’s economy in the long run. China is sexy, and Belgium knows it In a world where advanced economies are stagnating, Belgium needs to look for new business opportunities and fresh capital. China is one of the few countries able to offer such possibilities....
twitter google+ linkedin




FR 
08 December 2016 / public affairs /

La Belgique devrait soutenir le statut d'économie de marché de la Chine

L’octroi du statut d’économie de marché à la Chine est nécessaire si l’UE veut pouvoir bénéficier d’opportunités à long terme.   

 

China is sexy, and Belgium knows it

Dans un monde où les économies des pays développés font du sur place, la Belgique se doit de trouver de nouvelles opportunités commerciales et de nouveaux capitaux frais. La Chine est l’un des seuls pays à pouvoir offrir cela. En octobre, le Premier Ministre Charles Michel s’est rendu en Chine pour y promouvoir les atouts de la Belgique. Il y a mis en valeur le régime fiscal belge avantageux pour les entreprises, grâce notamment à l’absence de taxe sur les plus-values et les intérêts notionnels. Durant sa visite en Chine, plusieurs contrats ont été signés entre des hommes d’affaires chinois et belges. Immanquablement, la bonne relation qui unit les deux pays porte ses fruits : un nouveau vol reliera Bruxelles à Shanghai dans le courant de 2017 alors qu’un des plus grands incubateurs d’Europe (le China-Belgium Technology Center) sera inauguré à la fin de l’année 2018 à Louvain-la-Neuve.

 

Le casse-tête chinois

Ce dimanche 11 décembre, les institutions européennes décideront si oui ou non elles octroient le statut d’économie de marché à la Chine. Lorsque ce pays a rejoint l’OMC en 2001, il avait 15 ans pour devenir une vraie économie de marché. Toutefois, à l’heure actuelle, la Chine ne remplit pas encore les conditions d’une économie de marché. Et le temps presse, car la période de transition prend fin d’ici quelques jours. Alors que la Chine exige le statut qui lui était promis, l’Union européenne reste plus hésitante. Octroyer le statut à la Chine rendrait l’implémentation de mesures antidumping contre des produits chinois plus difficile. Selon les dernières informations, l’UE reconnaîtra la Chine en tant qu’économie de marché, mais mettra à jour par la même occasion ses instruments de défense commerciale afin de continuer à protéger ses industries.

 

Des projets communs en danger

Refuser ce statut à la Chine mettrait à mal de nombreux projets entre l’UE et la Chine. Bien que s’opposer à l’octroi de ce statut à la Chine au nom des pertes d’emploi que cette décision engendrerait soit très honorable, les impacts positifs que cette dernière aura sur le long terme ne doivent pas être perdus de vue. En effet, l’UE et la Chine sont en train de négocier un traité d’investissement qui, une fois entré en vigueur, ouvrira certains secteurs du marché chinois aux entreprises européennes. De plus, Bruxelles et Pékin sont en train de développer des synergies entre le projet chinois d’une nouvelle route de la soie (One Belt One Road, c’est-à-dire des routes commerciales terrestres et maritimes qui relieraient la Chine à l’Europe en passant par l’Asie) et le plan d’investissement de l’UE. Une fois ces projets entérinés, ils offriront de nombreuses opportunités pour les entreprises européennes.

 

Etant donné le nombre croissant d’investissements chinois en Europe, encore plus d’opportunités se profileront à l’avenir. Dès lors, la question à se poser est la suivante : l’UE peut-elle vraiment se permettre de refuser ce statut d’économie de marché à la Chine ?

 

Bertrand Wyns

This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.

twitter google+ linkedin




In light of the EU’s possible opposition to grant market economy status (MES) to China, the latter however offers many opportunities for Belgium’s economy in the long run. China is sexy, and Belgium knows it In a world where advanced economies are stagnating, Belgium needs to look for new business ...
twitter google+ linkedin
Belgium should support China's market economy status
08 December 2016 / digital media / public affairs / NL 
08 December 2016 / digital media / public affairs /

Iedereen digitaal?

Digitalisering, het is na terreur waarschijnlijk het meest gebruikte woord van 2016. Niet alleen bedrijven gebruiken het om de haverklap, ook binnen regeringskringen wordt er maar al te graag naar verwezen. We hebben zelfs een minister van Digitale Agenda, Alexander De Croo. Je zou dus verwachten dat, wanneer het aankomt op het gebruik van het internet om de burgers te informeren, onze overheid en politieke partijen enorm goed ontwikkeld zijn. Maar is dat ook zo?

De termen ‘openbaarheid van bestuur’ en ‘e-government’ gaan hand in hand met digitalisering. In het eerste geval gaat het over het feit dat de burgers steeds toegang moeten hebben tot bestuursdocumenten. E-government impliceert het gebruiken van informatica om informatie en diensten aan burgers, bedrijven en overheden ter beschikking te stellen. Er wordt vandaag enorm veel informatie online meegedeeld en burgers doen ook steeds vaker beroep op het internet om informatie op te zoeken. Hoe is het dan gesteld met de gebruiksvriendelijkheid en transparantie van de websites van politieke partijen? Een kleine vergelijking.

N-VA vs. PS: wie wint de digitale strijd?

Anno 2016 heeft elke politieke partij wel een website, alleen zijn sommigen iets gebruiksvriendelijker dan anderen. Aan beide kanten van de taalgrens zijn de grootste politieke partijen (N-VA en PS) ook de partijen met de meest overzichtelijke website. Je vindt er de laatste nieuwtjes, alsook wie er allemaal in de partij zetelt en in welk parlement. Door één klik op de knop kan je hen trouwens contacteren, via alle mogelijke sociale netwerken. Leuk weetje: de website van N-VA is de enige die beschikbaar is in vier talen: Nederlands, Duits, Engels en jawel… Frans.

Hoe scoren andere partijen?

Wat meteen opvalt is dat alle partijen over een moderne website beschikken, al moet gezegd worden dat ze niet allemaal even eenvoudig ogen. Op de website van CD&V bijvoorbeeld moet je eerst op een andere link klikken om naar de algemene partijwebsite te gaan, iets wat bij andere partijen niet het geval is. De algemene partijwebsite is, in tegenstelling tot de programmawebsite, allesbehalve modern of overzichtelijk. De website van haar Franstalige tegenhanger, cdH, oogt op het eerste zicht wat chaotisch, maar je vindt er wel alle nodige informatie op terug. Wie een kijkje neemt op de website van Open VLD merkt meteen op hoe overzichtelijk deze in elkaar steekt en hoe gemakkelijk je alle nodige informatie terugvindt, iets wat bij de MR minder het geval is. Daar is het even zoeken vooraleer je de verschillende tabbladen terugvindt. Ze houden wel rekening met de mening van de bezoeker, want op de website kan je aangeven welk gevoel je ervaart bij het bezoeken ervan.

Wat hebben we vandaag geleerd?

Positief punt: alle partijen hebben een moderne website die daarenboven up to date is met de laatste nieuwtjes en contactgegevens. De structuur is met andere woorden quasi uniform. Je vindt er als burger/kiezer ook een hele hoop informatie terug over het beleid van de ministers, de vragen van parlementsleden, contactgegevens van mandatarissen,… Je krijgt als burger dus alle mogelijke informatie aangereikt, slechts een muisklik of twee verwijderd. Om nog maar te zwijgen van politieke partijen die zich kenbaar maken via andere sociale media, zoals Twitter en Facebook. Met andere woorden, politieke partijen maken goed gebruik van de digitale wereld om hun kiezers te informeren, of om zich te profileren. Benieuwd naar de rol van sociale media en het internet bij de verkiezingen van 2019.

Kathy Galloy

This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.

twitter google+ linkedin




Digitalisering, het is na terreur waarschijnlijk het meest gebruikte woord van 2016. Niet alleen bedrijven gebruiken het om de haverklap, ook binnen regeringskringen wordt er maar al te graag naar verwezen. We hebben zelfs een minister van Digitale Agenda, Alexander De Croo. Je zou dus verwachten d...
twitter google+ linkedin
Iedereen digitaal?
23 November 2016 / reputation management / NL 
23 November 2016 / reputation management /

Sydney tweede jaar op rij stad met beste reputatie wereldwijd

Onlangs maakte het Reputation Institute, waarvan wij als strategisch communicatiebureau de exclusieve partner zijn voor België, de resultaten bekend van de City RepTrak® 2016. Deze jaarlijkse studie meet en beoordeelt dit jaar de reputatie van 55 steden wereldwijd. Met een uitmuntende score van 81.8 pronkt de Australische stad Sydney voor het tweede jaar op rij aan de top van de ranking, gevolgd door de steden Vienna en Zurich. Opvallend dit jaar is de aanwezigheid van maar liefst drie Canadese steden in de top 10: Toronto (79.5), Montreal (78.7) en Vancouver (78.5). De meting werd uitgevoerd onder een representatieve groep van respondenten in alle G8-landen. Het gaat hier dan ook om de externe perceptie van een stad.

Reputatieschade na Brussels-bashing blijft beperkt

Dat de City RepTrak® score van onze hoofdstad er dit jaar op achteruit gaat, zal niemand verbazen. De afgelopen maanden zijn dan ook keihard geweest voor Brussel: terreurbedreigingen, politie-invallen in Molenbeek, de beruchte ‘lockdown’ van de stad en de aanslagen in de vertrekhal van vliegveld Zaventem en bij metrostation Maalbeek zorgden voor veel kritiek uit het buitenland. Toch kunnen we stellen dat de gehele reputatieschade voor de stad vrij beperkt blijft. Brussel gaat er dit jaar met -1.9 punten op achteruit, maar haalt nog steeds een goede score van 70.3. De talrijke initiatieven om het imago van Brussel bij te stellen bij buitenlandse toeristen, media, en bij de Brusselaars zelf, werpen dan toch vruchten af.

 

Opmerkelijk is dat de reputatiescores van de stad Parijs en van het land Frankrijk dit jaar niet slecht zijn. Integendeel, de algehele reputatiescores kennen zelfs een stijging. Het lijkt er dus op dat de nasleep van hun aanslagen (november 2015) wat verwerkt zijn. Hoewel Parijs op het aspect veiligheid, een belangrijk en zwaar doorwegend attribuut op de algemene reputatie, aanzienlijk veel punten heeft verloren, slaagt de Franse hoofdstad er toch in om haar algehele reputatiescore hierdoor niet te laten schaden.

Andere opvallende trends in de City RepTrak® 2016 resultaten

Voor het allereerst behalen er steden een uitmuntende reputatiescore in de City RepTrak® (score > 80) 3 Canadese steden staan in de top 10: Toronto (79.5), Montreal (78.7) en Vancouver (78.5) Zweden, Canada en Zwitserland worden gepercipieerd als de meest gelukkige, vreedzame en progressieve landen.

Het City RepTrak®-onderzoek meet de reputatie van een stad op basis van vier indicatoren: vertrouwen, aanzien, bewondering en algemene indruk. Voor elke stad worden daarnaast nog eens dertien attributen beoordeeld, waaronder het ondernemingsklimaat, de infrastructuur, de aanwezigheid van cultuur, de efficiëntie van het bestuur en hoe mooi de stad bevonden wordt. Aan elke stad wordt op basis van deze elementen een reputatiescore toegekend, die als volgt geïnterpreteerd moet worden:

0-40                       Slecht

40–60                    Zwak

60-70                     Matig

70-80                     Sterk

80 en hoger        Uitmuntend

De City RepTrak® 2016 werd tussen augustus en september 2016 uitgevoerd door het Reputation Institute bij een representatieve groep respondenten uit de G8-landen (Verenigde Staten, Japan, Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Italië, Canada, Rusland). De resultaten laten toe om vanuit een extern perspectief de reputatie van de verschillende steden te analyseren. Meer dan 23.000 respondenten namen deel aan dit onderzoek en evalueerden in totaal 55 steden, waaronder de meest prestigieuze steden ter wereld. [1]

[1] Volledige City RepTrak® 2016 op https://www.reputationinstitute.com/Resources/Registered/PDF-Resources/2016-City-RepTrak.aspx

Contacteer Walter Gelens voor meer informatie op This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.

twitter google+ linkedin




Onlangs maakte het Reputation Institute, waarvan wij als strategisch communicatiebureau de exclusieve partner zijn voor België, de resultaten bekend van de City RepTrak® 2016. Deze jaarlijkse studie meet en beoordeelt dit jaar de reputatie van 55 steden wereldwijd. Met een uitmuntende score van 81....
twitter google+ linkedin
Sydney tweede jaar op rij stad met beste reputatie wereldwij...
18 November 2016 / akkanto / EN 
18 November 2016 / akkanto /

It can be quite entertaining to read lists of corporate buzzwords. IT professionals like to use words such as ‘smart’ and ‘in the cloud’, while for marketeers it’s all about ‘experience’ and civil servants are deeply concerned with creating a ‘broader platform of support’ in society. As communication advisors, we tend to do the same thing. A quick survey around our offices reveals the most popula...
twitter google+ linkedin




It can be quite entertaining to read lists of corporate buzzwords. IT professionals like to use words such as ‘smart’ and ‘in the cloud’, while for marketeers it’s all about ‘experience’ and civil servants are deeply concerned with creating a ‘broader platform of support’ in society. As communicati...
twitter google+ linkedin
The truth behind buzzwords: storytelling
24 October 2016 / reputation management / akkanto / EN 
24 October 2016 / reputation management / akkanto /

On October 18th 2016, akkanto signed the Belgian SDG Charter on the role of the private sector, civil society and the public sector in international development, also known as the Belgian SDG Charter . Beyond words This is a critical moment in advancing the Sustainable Development Goals in Belgium and abroad. It is a step forward in tackling global challenges through partnerships. It is clear tha...
twitter google+ linkedin




On October 18th 2016, akkanto signed the Belgian SDG Charter on the role of the private sector, civil society and the public sector in international development, also known as the Belgian SDG Charter . Beyond words This is a critical moment in advancing the Sustainable Development Goals in Belgium ...
twitter google+ linkedin
A Sustainable Narrative for the Future
05 October 2016 / public affairs / NL 
05 October 2016 / public affairs /

State of the Union - Bingo

Elk jaar op de tweede dinsdag van oktober stelt de federale premier, normaal gezien, in het parlement de begroting en de krachtlijnen van het regeringsbeleid voor het komende jaar voor. Omwille van de begrotingsgesprekken die niet tijdig zijn afgerond, zal de beleidsverklaring nog even op zich moeten laten wachten. Echter, deze ‘State of the Union’ is één van de belangrijkste politieke toespraken van het jaar. Er wordt dan ook lang en zorgvuldig aan gesleuteld. Elke partij die deel uitmaakt van de regerinsgcoalitie wil uiteraard zoveel mogelijk elementen uit haar eigen partijprogramma erin vermeld zien.

We moeten eerlijk zijn, doorgaans is het luisteren naar de jaarlijkse ‘State of the Union’ niet meteen een spannende gebeurtenis.  Maar, met het Public Affairs team van akkanto, hebben we iets bedacht waardoor de obligate toespraak van de premier toch nog spannend kan worden.  We ontwikkelden voor u de ‘State of the Union’-bingo. 

U kan op twee manieren deelnemen. 

1. Maak zelf uw ‘State of the Union’-bingo

Download hier een blanco spelformulier. Noteer bij elk van de 4 partijen van de regeringscoalitie 5 trefwoorden die, volgens u, voor die partij van groot belang zijn en die ze dus graag zullen willen vermeld zien door de premier in zijn toespraak.

Als u het door u ingevulde formulier vervolgens inscant en ons via mail terugstuurt, dan kan u deelnemen aan onze wedstrijd.  De deelnemer die het meeste woorden uit zijn bingoformulier effectief vermeld ziet in de toespraak van de premier wint een cadeauchèque van 50 EUR. De winnaar wordt door ons via mail verwittigd.

Opgelet: uw ingevulde bingoformulier moet in onze mailbox (This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.) aankomen uiterlijk op de ochtend van de SOTU, voor 11u! 

2. Speel onze versie van de ‘State of the Union’-bingo

Zelf geen inspiratie? Wel, dan kan u op deze site vanaf dinsdag 11 oktober om 8u een bingoformulier downloaden dat door het Public Affairs van akkanto zelf werd ingevuld.  Als u dit formulier uitprint, dan kan u dinsdagnamiddag om 14u via de website van het parlement (www.dekamer.be) live luisteren naar de ‘State of the Union’ en zelf de woorden aankruisen die door de premier worden vermeld.  U kan hiermee geen prijzen winnen, maar u zal gegarandeerd meer fun beleven dan anderen.

Succes!

twitter google+ linkedin




FR 
05 October 2016 / public affairs /

State of the Union - Bingo

Chaque année, lors du deuxième mardi du mois d’octobre, le Premier ministre présente au parlement le budget et les lignes directrices de la politique gouvernementale pour l’année à venir. Cet « état de l’union » (State of the Union) est l'un des discours les plus importants de l’année. Sa confection a pris du temps et a été soignée. Chaque parti membre de la coalition gouvernementale veut, bien entendu, voir un maximum d’éléments de son programme de parti dans ce discours.

Soyons honnêtes, écouter l’ « état de l’union » annuel n’est pas la chose la plus passionnante du monde.  Néanmoins, avec l’équipe Public Affairs d’akkanto, nous avons pensé à quelque chose qui pourrait rendre cet événement un peu plus captivant. Nous avons développé pour vous le ‘State of the Union’-bingo.

Vous pouvez y participer de deux manières.

1. Créez votre propre ‘State of the Union’-bingo

Téléchargez ici votre formulaire de jeu vierge. Notez pour chacun des quatre partis de la coalition gouvernementale 5 mots-clefs qui, selon vous, sont de grande importance pour ce parti et qui devraient donc apparaitre dans le discours de Charles Michel.

Une fois le formulaire bingo complété et scanné, renvoyez-le-nous par email. Vous pourrez dès lors participer à notre concours. Le participant dont les mots auront été le plus mentionné dans le discours gagnera un chèque cadeau d’une valeur de 50 EUR. Le gagnant en sera informé par email.

Attention : votre formulaire bingo complété doit nous être parvenu (This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.) au plus tard le 11 octobre avant 11h !

2. Jouez à notre version du ‘State of the Union’-bingo

Vous êtes en manque d’inspiration ? Pas de problème, nous avons ce qu’il vous faut ! Vous pouvez télécharger sur ce site, et ce, jusqu’au 11 octobre à 8 h, un formulaire bingo qui a été complété au préalable par l’équipe Public Affairs d’akkanto. Une fois le formulaire imprimé, rendez-vous le mardi après-midi à 14 h sur le site du Parlement (www.lachambre.be), écoutez en live le ‘State of the Union’ et cochez les mots qui auront été prononcés par le premier ministre. Bien que cette formule de jeu ne vous permette pas de gagner de prix, elle vous assure toutefois une dose de fun garantie !

Bonne chance !

twitter google+ linkedin




Elk jaar op de tweede dinsdag van oktober stelt de federale premier, normaal gezien, in het parlement de begroting en de krachtlijnen van het regeringsbeleid voor het komende jaar voor. Omwille van de begrotingsgesprekken die niet tijdig zijn afgerond, zal de beleidsverklaring nog even op zich moet...
twitter google+ linkedin
State of the Union - Bingo
03 October 2016 / public affairs / NL 
03 October 2016 / public affairs /

Minister-Presidenten speechen zoals ze gebekt zijn

Wat ons opviel in de openingstoespraken van het politieke jaar

Het zomerreces is achter de rug, tijd voor een nieuw politiek jaar. In Vlaanderen werd dit traditiegetrouw in gang gezet door de Septemberverklaring van minister-president Geert Bourgeois op 26 september. In Wallonië gaf Paul Magnette een week eerder al het startschot met zijn toespraak naar aanleiding van het Feest van het Waals Gewest. Rudy Demotte, minister-president van de Franse Gemeenschapsregering, gaf zijn speech tijdens het Feest van de Fédération Wallonie-Bruxelles op 27 september.

 

Wij legden de drie, symbolisch belangrijke, toespraken naast elkaar en gingen op zoek naar opvallende gelijkenissen of verschillen. Dit was wat ons opviel:

1. Eigen regio eerst

Een opvallende gelijkenis tussen de drie toespraken is hoe vaak er wordt verwezen naar de eigen regio. In de speech van Geert Bourgeois wordt het woord ‘Vlaanderen’ maar liefst 15 keer vermeld. Ook ‘Vlaams’ en ‘Vlamingen’ zijn niet uit de lucht. Paul Magnette doet nog beter. Zijn toespraak mag dan wel korter zijn, het woord ‘Wallonie’ valt maar liefst 16 keer. Rudy Demotte houdt het diplomatisch op 7 vermeldingen van ‘Bruxelles’ en exact evenveel van ‘Wallonie’.

2. En de prijs voor navelstaren gaat naar …

… Vlaanderen! In de Septemberverklaring is het vruchteloos zoeken naar een vermelding van ‘Europa’ (of enig ander land overigens). Ook over Wallonië geen woord in de Vlaamse Septemberverklaring. Niet zo bij Paul Magnette, die geregeld verwijst naar de Europese Unie. Toegegeven… hij doet het vooral omdat hij meer steun verwacht na het drama bij Caterpillar in Charleroi. Maar Magnette heeft het ook over Vlaanderen en Brussel.  Rudy Demotte lijkt de breedste kijk te hebben. Hij heeft het over de Amerikaanse en Franse presidentsverkiezingen, snijdt het thema aan van de TTIP handelsakkoorden tussen de VS en de Europese Unie en laat ook de 60e verjaardag van het Verdrag Van Rome niet onvermeld.

3. De ‘taalgrens’ is blijkbaar ook de grens tussen ratio en emotie.

De toespraak van Geert Bourgeois bevat behoorlijk wat getallen: de ‘miljoenen’ en ‘miljarden’ vliegen de lezer om de oren.

Centraal in het woordenregister van Bourgeois staan ‘investeringen’, ‘middelen’, ‘inspanningen’, ‘ambitie’, ‘resultaten’ en … ‘verantwoordelijkheid’. Het zal niemand nog verwonderen dat de roots van Geert Bourgeois in West-Vlaanderen liggen. Het Vlaamse discours klinkt ambitieus en optimistisch, maar het blijft wel heel zakelijk en rationeel en appelleert vooral aan de Vlaamse ondernemingsgeest.

De Franstalige minister-presidenten bespelen duidelijk een andere taalregister: hier staan vooral ‘waarden’ (‘fraternité’, ‘citoyenneté, ‘liberté,  ….) en ‘emoties’ (‘drame’, ‘douloureux’,’dumping social’  …  ) centraal. Hun toespraken zijn bedoeld om de harten te winnen van de Waalse ‘travailleurs’ (Magnette) of van de Brusselse ‘citoyens’ (Demotte).

Samengevat: als we uit de toespraken van de drie minister-presidenten een snelle conclusie zouden mogen trekken in verband met hun persoonlijkheid (en die van de regio die ze vertegenwoordigen), dan komen we onvermijdelijk terecht bij volgende stereotypering: 

Geert Bourgeois, de bevlogen boekhouder

Paul Magnette, de ijverige ideoloog

Rudy Demotte, de dromerige diplomaat

 

Kathy Galloy & Carl Buyck

This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.

This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.

 

Speech Geert Bourgeois:

Blog Bourgeois

 

Speech Paul Magnette:Blog Magnette

 

 Speech Rudy Demotte :

Blog Demotte

twitter google+ linkedin


Speech Bourgeois


FR 
03 October 2016 / public affairs /

Chaque Ministre-Président “speech” à sa façon

Ce qui nous a marqué dans les discours de rentrée politique

Les vacances parlementaires sont terminées. L’année politique a démarré. En Flandre, celle-ci a été lancée, comme le veut la tradition, par le « Septemberverklaring »du Ministre-Président Geert Bourgeois, le 26 septembre dernier. Côté wallon, Paul Magnette donnait le signal de départ une semaine plus tôt, à l’occasion des Fêtes de Wallonie. Rudy Demotte a quant à lui donné son speech à l’occasion de la Fête de la Fédération Wallonie-Bruxelles, le 27 septembre.

 

Nous avons comparé ces trois discours – importants symboliquement – et avons recherché les similitudes et différences marquantes. En voici quelques-unes.

1. Priorité à sa propre Région

Première similitude qui interpelle : le nombre de références à leur propre ‘région’. Geert Bourgeois ne mentionne pas moins de 15 fois le mot ‘Flandre’, mais également à de nombreuses reprises les mots ‘flamand’ et ‘Flamand’. Alors que son discours était plus court, Paul Magnette fait encore mieux en citant 16 fois la ‘Wallonie’. Plus diplomate, Rudy Demotte mentionne exactement 7 fois tant ‘Bruxelles’ que ‘la Wallonie’.

2. Et le prix du nombrilisme est attribué à …

… la Flandre! On a beau chercher, Bourgeois ne fait pas la moindre référence à l’Europe (ni à aucun autre pays d’ailleurs) ou même à la Wallonie dans son discours. Magnette, en revanche, mentionne à plusieurs reprises l’Union européenne. Probablement parce qu’il espère obtenir un soutien plus important après le drame social de Caterpillar à Charleroi. Mais il mentionne également la Flandre et Bruxelles. Rudy Demotte semble être la personne la plus ouverte au monde : il parle des élections aux Etats-Unis et en France, aborde le sujet du TTIP, les accords commerciaux entre les USA et l’Europe, et mentionne le 60ème anniversaire du Traité de Rome.

3. La frontière linguistique semble également être une frontière entre la raison et l’émotion

Le speech de Geert Bourgeois reprend de nombreux chiffres: l’auditeur est bombardé de ‘millions’ et de ‘milliards’.

On retrouve dans son vocabulaire des mots comme ‘investissements’, ‘efforts’, ‘ambition’, ‘résultats’ et… ‘responsabilité’. Illustratif pour quelqu’un qui est originaire de Flandre occidentale vous avez dit…? Le discours se veut ambitieux et optimiste, mais le ton reste très ‘business’ et rationnel et s’adresse surtout à l’esprit entrepreneurial flamand.

Les Ministres-Présidents francophones utilisent un tout autre registre. Ce sont les ‘valeurs’ (‘fraternité’, ‘citoyenneté, ‘liberté,  ….) et les ‘émotions’ (‘drame’, ‘douloureux’, ’dumping social’…) qui dominent leurs discours respectifs. Ils s’adressent aux ‘travailleurs’ wallons (Magnette) ou aux ‘citoyens’ francophones (Demotte).

En résumé: si on se base sur leurs discours respectifs pour tirer des conclusions, certes un peu stéréotypées, sur leur personnalité ou la région ou la communauté qu’ils représentent, voici comment on pourrait les représenter :

Geert Bourgeois, le comptable dynamique

Paul Magnette, l’idéologue zélé

Rudy Demotte, le diplomate rêveur

 

Kathy Galloy & Carl Buyck

This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.

This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.

 

Speech Geert Bourgeois :Blog Bourgeois

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Speech Paul Magnette : Blog Magnette

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Speech Rudy Demotte : Blog Demotte

twitter google+ linkedin


Speech Bourgeois


Wat ons opviel in de openingstoespraken van het politieke jaar Het zomerreces is achter de rug, tijd voor een nieuw politiek jaar. In Vlaanderen werd dit traditiegetrouw in gang gezet door de Septemberverklaring van minister-president Geert Bourgeois op 26 september. In Wallonië gaf Paul Magnette e...
twitter google+ linkedin
Minister-Presidenten speechen zoals ze gebekt zijn
Speech Bourgeois
27 September 2016 / related articles / public affairs / NL 
27 September 2016 / related articles / public affairs /

Failed state of gebrekkig federalisme?

Het BEL10 project van Radio 1 gaf de afgelopen week opnieuw aanleiding tot interessante (en minder interessante) ideeën en discussies. Onze democratie kan dit soort inspraakmomenten goed gebruiken. Maar een goedwerkende democratie heeft ook nood aan transparantie en daar valt ook wel wat aan te doen. Vandaar dit laattijdig #BEL10 idee, inclusief een gewaagd voorstel om de Senaat wakker te schudden.

 

Dat er nood is aan een grondige discussie over de werking van ons landje, staat buiten kijf. De complexiteit van onze instellingen kwam tijdens de radio 1 debatten uitvoerig aan bod. Maar niet alleen daar. De Morgen wijdde een week lang een discussiereeks aan de staat van onze democratie met vooraanstaande politicologen. Tegelijkertijd vroeg De Standaard zich af of de jaarlijkse 50 miljoen euro voor de Senaat goed besteed geld is.

Maar zoals iedereen weet is het in dit land veel eenvoudiger om een nieuwe structuur op te zetten dan om een instelling af te schaffen. Vandaar dit voorstel: als we nu eens niks nieuws creëren en niks afschaffen? We zorgen gewoon voor een nuttige bezigheid voor onze Senatoren. Let them work for a living!

 

Vooraleer ik je vertel hoe, wil ik het eerst hebben over het waarom:

1. Berg die illusie op dat er zoiets bestaat als ‘homogene bevoegdheidsdomeinen’. ‘Tout est dans tout’ zeggen filosofen wel eens, en dat geldt ook voor het beleid. Je kan bvb. geen gewestelijk economisch beleid uitstippelen, zonder over fiscaliteit na te denken, over het energievraagstuk, over mobiliteit, over loonkosten, etc. Zelfs als je – puur theoretisch - erin slaagt om een domein zoals economie volledig los te koppelen van België, dan nog zal je moeten overleggen met de andere deelstaten.  Zolang België bestaat zal er dus overleg en samenwerking nodig zijn.

2. En daar knelt het schoentje vandaag, want niemand hoeft echt verantwoording af te leggen voor dat samenwerkingsfederalisme. Waarom hebben we nog geen Energiepact? Waarom moesten we tot het laatste nippertje wachten voor een (gedeeltelijk) burden sharing akkoord voor de Klimaattop in Parijs? Waarom is er nog steeds geen Fonds om de grondverontreiniging veroorzaakt door oude stookolietanks te saneren? Steek het als Minister maar op één van de andere regeringen van dit land. Geen haan die er naar zal kraaien.

3. De instellingen die werden opgericht om dat samenwerkingsfederalisme vorm te geven blinken uit in ON-transparantie. Al eens een agenda of verslag van het overlegcomité gezocht? Wanneer komt Interministeriële conferentie X nog eens samen, en wat wordt er beslist? En dan hebben we het nog niet gehad over de vele andere werkvergaderingen tussen administraties en de Kabinetten (de zogenaamde IKW’s) die deze hoogmissen moeten voorbereiden.

 

En nu we weten waarom, zal ik ook het ‘hoe’ toelichten: laat de verschillende regeringen samen verantwoording afleggen voor hun daden en vooral het gebrek daaraan. De systematische publicatie van agenda’s en verslagen van Overlegcomité en Interministeriële conferenties kan al helpen. De Vlaamse Regering toont trouwens dat je daar vrij ver in kan gaan, door (sinds kort) ook de achterliggende nota’s publiek te maken die aanleiding gaven tot een beslissing van de Vlaamse Ministerraad.

Maar ga zeker nog een stapje verder en confronteer onze regeringen met hun gedeelde verantwoordelijkheid, eerder dan ze ieder in hun hoekje (lees parlement) te laten uitleggen waarom de anderen niet meewillen. En waar kan dat beter dan in de Senaat? Daar hoort toch de gemeenschapsdialoog plaats te vinden, nietwaar? Kan die Senaat dan één of meerdere regeringen wegstemmen? Wellicht niet, maar een zekere mate van dwang om voor de Senaat te verschijnen zou al mooi zijn. Zal het stuiven? Soms, maar dat is toch het leuke aan een democratie: woord en wederwoord. En tenminste, het zal onze Regeringen dwingen om sneller vooruit te gaan met hun gedeelde dossiers.

En de Senatoren zelf? Die hebben zichzelf begin dit jaar de opdracht gegeven om het besluitvormingsproces m.b.t. het ‘burden sharing’ debacle in kaart te brengen. Ze hebben al heel wat federale en regionale ambtenaren hierover ondervraagd. Die staan dus zeker te popelen om in de toekomst ook Federale en Gewestelijke Ministers op de rooster te kunnen leggen.

 

Bjorn Andries

This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.

 

twitter google+ linkedin




Het BEL10 project van Radio 1 gaf de afgelopen week opnieuw aanleiding tot interessante (en minder interessante) ideeën en discussies. Onze democratie kan dit soort inspraakmomenten goed gebruiken. Maar een goedwerkende democratie heeft ook nood aan transparantie en daar valt ook wel wat aan te doe...
twitter google+ linkedin
Failed state of gebrekkig federalisme?
22 September 2016 / crisis communication / restructuring / NL 
22 September 2016 / crisis communication / restructuring /

Waarom herstructureringen zo vaak in september worden aangekondigd

Het was een pijnlijke politieke rentrée voor de regering die het creëren van jobs! jobs! jobs! als haar voornaamste beleidsdoelstelling heeft opgelegd. Sinds het begin van de maand september regent het aankondigingen van ‘intenties tot herstructurering’ bij diverse bedrijven. De vraag dringt zich op: Waarom nu? Waarom in september?  

 

De lange weg naar een ‘strategische beslissing’

Om te begrijpen waarom zoveel intenties tot herstructurering zo kort na de zomervakantie worden aangekondigd, moeten we even een blik werpen achter de coulissen van de bedrijfswereld. Daar leren we dat het leven in een onderneming verloopt volgens een welbepaald ritme.

Doorgaans is de aankondiging van een intentie tot herstructurering het eindpunt van een lang proces van strategische reflectie, zoals ook economist Peter De Keyzer* aangeeft. Dit proces, vaak gestart bij het begin van het jaar, komt tegen de zomer tot volle wasdom om finaal uit te monden in concrete maatregelen, zoals bv. de aankondiging van een intentie tot collectief ontslag.

Een onderneming die deel uitmaakt van een grotere groep zal daarbij ook nog eens rekening moeten houden met de agenda van het moederhuis en andere entiteiten binnen de groep. Elke aankondiging binnen één van die entiteiten zal afgestemd moeten worden op de kalender van bestuursvergaderingen en ondernemingsraden, alsook op de communicatiekalender van andere ondernemingen binnen de Groep.

Wachten op de sociale verkiezingen

2016 was een bijzonder jaar voor de Belgische ondernemingen, want een jaar met sociale verkiezingen. Deze vonden plaats in het voorjaar van 2016 **.  Via de sociale verkiezingen worden om de vier jaar de personeelsafgevaardigden binnen de ondernemingsraden en de comités voor veiligheid en preventie in de bedrijven aangeduid. 

Het spreekt vanzelf dat in deze periode mogelijke herstructureringsplannen tijdelijk in de koelkast worden geplaatst. In het gespannen klimaat voorafgaand aan de sociale verkiezingen is het kleinste incident voldoende om de vlam in de pan te laten slaan. Bovendien bestaat de kans dat werknemers die zich mogelijk bedreigd zouden voelen door een nakende herstructurering zichzelf kandidaat stellen om aldus bescherming te genieten. Het beschermd statuut van personeelsafgevaardigde bemoeilijkt niet alleen een eventueel ontslag, het verhoogt ook de kost aanzienlijk.

De ‘occulte beschermingsperiode’

De bescherming tegen ontslag waarvan kandidaten voor de sociale verkiezingen en personeelsafgevaardigden genieten is overigens ook van toepassing op het geheel van de personeelsleden gedurende de zogenaamde ‘occulte beschermingsperiode’. Dat zit zo: er wordt van uitgegaan dat elke werknemer mogelijk zijn kandidatuur zou kunnen hebben gesteld voor de sociale verkiezingen. In 2016 begon die occulte beschermingsperiode in januari en ze duurde 65 dagen, meer bepaald 30 dagen voor en 35 dagen na de bekendmaking van de kandidatenlijsten.

Een andere factor waar we rekening mee moeten houden is dat de zogenaamde ‘Wet Renault’ niet beperkt is in de tijd en dus lang kan aanslepen.  Bij de herstructurering van Arcelor Mittal in 2013 bv. duurde het onderhandelingsproces maar liefst anderhalf jaar. Een onderneming die plannen heeft om over te gaan tot een collectief ontslag doet er dus goed aan om uit het vaarwater van sociale verkiezingen te blijven om er zich zo van te verzekeren dat ze tenminste met een stabiele en gemandateerde onderhandelingspartner aan tafel zit doorheen de verschillende fases van de Wat Renault.

De ethiek van een zorgeloze zomer

Wat ook speelt is een impliciete ethische imperatief. Ondernemingen beseffen ook dat het ‘not done’ is om een herstructurering aan te kondigen net voor een vakantieperiode.  Niemand wil immers werknemers het recht ontzeggen op een zorgeloze zomervakantie.

Daarbij komt natuurlijk ook dat onmiddellijk na de bekendmaking van een intentie tot herstructurering heel wat werk moet worden verzet en dat heel wat mensen moeten worden geïnformeerd, niet in het minst de politieke beleidsverantwoordelijken. Ook daarom is het beter dergelijke aankondigingen niet te doen op een ogenblik waarop ook politici en eigen medewerkers volop hun koffers aan het pakken zijn.

Werknemers hebben recht op correcte communicatie

De aankondigingen die in de loop van de maand september werden gedaan mogen dan wel elk hun eigen, economische redenen hebben (digitalisering, overcapaciteit, faillissement, …), toch doet dit geen afbreuk aan de verontwaardiging en emotie die ze opwekken bij de betrokken werknemers en hun familieleden.

In deze, vanuit menselijk standpunt, heel moeilijke context, bestaat de rol van een communicatie adviesbureau erin om erover te waken dat er snel, correct en met de nodige empathie gecommuniceerd kan worden met alle betrokken partijen. In eerste instantie met de werknemers zelf, want zij hebben prioritair recht op duidelijke en transparante informatie. Daarna volgen ook de klanten, de toeleveranciers, de overheden en de media. Het is belangrijk dat er snel en coherent wordt gecommuniceerd. Enkel zo kan de onderneming de controle over de communicatie behouden en daar heeft iedereen belang bij, niet alleen het bedrijf zelf, maar ook de werknemers én de beleidsmakers.

 

Benjamin Bergiers

This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.

twitter google+ linkedin




FR 
22 September 2016 / crisis communication / restructuring /

Septembre 2016, le bon mois pour annoncer une restructuration en Belgique?

Rentrée difficile pour le gouvernement ‘jobs, jobs, jobs’. Depuis le début du mois de septembre, les entreprises annoncent l’une après l’autre leur intention de restructurer en Belgique. Mais pourquoi ont-elles attendu la fin de l’été pour dévoiler leurs intentions ?

 

Quand les décisions stratégiques sortent au grand jour

Pour comprendre pourquoi tant d’intentions de restructuration sont annoncées en cette rentrée 2016, il faut entrer dans les coulisses du monde de l’entreprise. Traverser le décor, afin de saisir les différentes périodes qui rythment la vie d’une entreprise tout au long de l’année.

De manière générale, comme l’explique l’économiste Peter De Keyzer*, l’annonce d’une intention de restructuration est l’aboutissement d’un processus de réflexion stratégique. Ce processus, lancé au début de l’année par l’entreprise, arrive à maturité à l’approche de l’été et aboutit à l’exécution de mesures concrètes. Comme par exemple l’annonce d’un licenciement collectif envisagé…

Une société faisant partie d’un groupe d’entreprises dépendra aussi de l’agenda de sa maison-mère et des autres entités du groupe. L’annonce d’une entité devra se faire en coordination avec le calendrier des conseils d’administration et d’entreprise, ainsi que de la communication des autres sociétés auxquelles elle est liée.

L’attente des élections sociales

2016 représente une année particulière dans la vie des entreprises belges. C’est au premier semestre 2016 qu’ont eu lieu les dernières élections sociales**. Organisées tous les quatre ans, ces dernières servent à instituer ou renouveler les délégués du personnel au sein des conseils d’entreprise et des comités pour la prévention et la protection au travail.

Or, les intentions de licenciement sont mises au frigo durant l’organisation des élections sociales. Les entreprises veulent éviter tout conflit avec les travailleurs avant la période électorale, afin d’éviter que ceux-ci ne se placent sous la protection dont jouissent les candidats aux élections. Cette protection ne complique pas seulement les licenciements envisagés, mais augmente aussi considérablement leur coût.

La période occulte

La protection contre le licenciement, dont bénéficient les candidats aux élections et les délégués du personnel, s’étend par ailleurs à l’ensemble des travailleurs lors de la période dite occulte. Il est en effet considéré que chaque travailleur peut potentiellement avoir déposé sa candidature au cours de celle-ci. La période occulte, qui s’ouvrait en 2016 au mois de janvier, correspond à 65 jours. Soit 30 jours avant et 35 jours après la communication des listes des candidats.

Il faut également garder à l’esprit que la procédure Renault n’est pas limitée dans le temps et peut durer longtemps. Comme a pu l’expérimenter Arcelor Mittal en 2013, avec des discussions et négociations qui se sont déroulées sur un an et demi. L’entreprise qui envisageait de procéder à un licenciement collectif en 2016 aura dès lors eu intérêt à attendre la fin des élections sociales, et ce, pour s’assurer des partenaires stables aux différentes étapes de la procédure Renault.

Ethique estivale

Selon des règles éthiques implicites, les entreprises n’annoncent pas leur intention de restructurer au premier avril, ainsi qu’avant et pendant les périodes de fêtes et de vacances. Les mois de juillet et d’août forment traditionnellement une période de vacances. Non seulement pour les entreprises, mais aussi pour le monde politique et judiciaire.

Communiquer une intention de restructuration nécessite, dans les instants qui suivent l’annonce au conseil d’entreprise, d’informer tous les stakeholders clefs dans un intervalle de temps très court. Informer au même moment l’ensemble des parties prenantes lors des vacances estivales relève donc de l’impossible. C’est pourquoi les entreprises choisissent plutôt d’annoncer leur projet de restructuration après le début du mois de septembre.

Le droit des travailleurs à une bonne communication

Si les annonces qui ont déferlé au mois de septembre 2016 trouvent chacune des motifs économiques propres (digitalisation, surcapacité de production, faillite, etc.), rien ne change à l’émotion qu’elles suscitent parmi les travailleurs et leurs familles.

Dans ce contexte humainement difficile, le rôle d’une agence de communication consiste à préparer la communication vers les différentes parties prenantes, ainsi que de la diffuser le plus rapidement et dans les meilleures conditions possibles. Tout d’abord vers les travailleurs, qui ont le droit à une information prioritaire et transparente. Viennent ensuite les clients, fournisseurs, autorités et médias. Pour qu’ils soient tous informés dans un même laps de temps, sans que l’entreprise ne perde le contrôle de sa communication.

 

Benjamin Bergiers

This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.

 

* De Morgen, vendredi 16 septembre 2016

** Les dernières élections sociales se sont déroulées entre le 9 et le 22 mai 2016

twitter google+ linkedin




Rentrée difficile pour le gouvernement ‘jobs, jobs, jobs’. Depuis le début du mois de septembre, les entreprises annoncent l’une après l’autre leur intention de restructurer en Belgique. Mais pourquoi ont-elles attendu la fin de l’été pour dévoiler leurs intentions ? Quand les décisions stratégique...
twitter google+ linkedin
Septembre 2016, le bon mois pour annoncer une restructuratio...
15 September 2016 / public affairs / NL 
15 September 2016 / public affairs /

Minder vakantie, meer macht?

De drijfveren achter de vervroegde start van het politieke werkjaar

Vandaag, 15 september, hervatten de 150 federale Kamerleden officieel hun politieke werkzaamheden. De start van het politieke werkjaar komt bijna een maand vroeger dan voorheen. Dat is het gevolg van een hervorming van de werking van de Kamer waarover eerder dit jaar, na veel intern debat tussen de politieke partijen, een akkoord werd bereikt.

De vervroegde start is het meest in het oog springende aspect van de hervorming. Ongetwijfeld heeft de publieke perceptie dat de dames en heren volksvertegenwoordigers zich toch wel een royale vakantie gunden een belangrijke rol gespeeld in de hervorming. Want, geef toe, drie maand zomervakantie (van de nationale feestdag op 21 juli tot de State of the Union op de 2de dinsdag van oktober), dat krijg je vandaag nog moeilijk verkocht aan de ‘hardwerkende’ Belgen die het met veel minder vakantie moeten stellen.

Het is natuurlijk niet zo dat de parlementsleden echt drie maanden vakantie namen. De voorbije zomer werd duidelijk dat het twitterparlement alvast op volle toeren bleef draaien. Velen maakten van de stilte in het parlementaire halfrond gebruik om in de (sociale) media voor het nodige lawaai te zorgen. Maar toch, de perceptie dat het parlement in deze tijden van besparingen en langer werken een volle maand vakantie opoffert om het land krachtdadig te besturen, is aardig meegenomen.

De belangrijkste drijfveer achter de hervorming is echter het besef dat het parlement er nood aan heeft om uit de schaduw te treden van de federale regering. Op papier is het parlement nog steeds de ‘wetgevende macht’ en de regering de ‘uitvoerende macht’. In werkelijkheid is het parlement echter gaandeweg verworden tot een ‘bekrachtigende macht’ die braafjes de wetsontwerpen goedkeurt die de regering hen voorlegt.

Daarom is het symbolisch belangrijk dat het niet langer de regering is die met de ‘State of the Union’ de aftrap geeft van het parlementaire werkjaar. Als de premier straks, op de tweede dinsdag van oktober, het spreekgestoelte zal beklimmen om de regeringsplannen en begrotingscijfers toe te lichten, dan zal hij tegenover zich alerte parlementsleden vinden die inmiddels op kruissnelheid zijn gekomen en goed voorbereid zijn om de besprekingen aan te vatten en de regering het vuur aan de schenen te leggen.

De wil om zich te ontvoogden van de regering mag ook blijken uit een ander aspect van de hervorming. De regel dat commissievergaderingen ook tijdens de parlementaire vakantie bijeengeroepen kunnen worden, op voorwaarde dat zowel de Kamervoorzitter als de commissievoorzitter én de ondervraagde minister daarmee akkoord waren, werd aangepast. Voortaan volstaat een akkoord van de Kamer- en de commissievoorzitter. De ministers verliezen dus hun vetorecht en kunnen desgewenst verplicht worden vervroegd uit vakantie terug te keren als het parlement dat eist. Toegegeven, de voorbije zomervakantie werd geen enkele minister op het matje geroepen, maar als statement van de herwonnen macht van het parlement, kan het wel tellen.

Ook de almachtige partijvoorzitters kunnen het parlementaire werk voortaan niet meer doorkruisen. Afgesproken werd dat alle politieke partijen hun jaarlijkse fractiedagen verplicht moeten organiseren in de eerste twee weken van september. Op die manier kan het parlement vanaf de derde week voluit aan de slag gaan en kan niemand nog het argument inroepen dat hij of zij verhinderd is wegens partijvergaderingen.

Kamervoorzitter Siegfried Bracke kan en zal de pluim voor deze hervorming graag op zijn hoed steken. Zijn partij, de N-VA, zal er een bewijs in zien van de beloofde ‘kracht van verandering’. Staatssecretaris Theo Francken liet alvast niet na om via twitter – what else? – te melden dat hij het was die reeds in 2012, als eerste had gepleit voor een hervorming.

De echte vraag is natuurlijk of deze symbolische ontvoogding ook in de parlementaire praktijk tot uiting zal komen. Dat zullen we bv. kunnen afmeten aan het aantal parlementaire resoluties die door de regering niet naar de spreekwoordelijke schuif verwezen worden. Of, beter nog, aan het aantal parlementaire wetsvoorstellen die ook daadwerkelijk wet worden.

Ter illustratie: in de periode 2006-2014 werden 3.981 wetsvoorstellen ingediend door parlementsleden. Slechts 366 daarvan, een schamele 9%, zijn daadwerkelijk wet geworden. In diezelfde periode werden wel 100% van de 1.292 wetsontwerpen van de regering door het parlement met een druk op de stemknop goedgekeurd. Benieuwd of deze ratio tijdens deze legislatuur zal veranderen…


Carl Buyck

This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.

 

 

twitter google+ linkedin




FR 
15 September 2016 / public affairs /

Moins de congés, plus de pouvoir?

Les raisons d’une rentrée parlementaire anticipée

Les 150 députés de la Chambre ont repris officiellement leurs travaux parlementaires le 15 septembre. C’est-à-dire, près d’un mois plus tôt que les années passées. Un accord a en effet été trouvé plus tôt cette année, après de nombreux débats entre les différents partis politiques, afin de réformer le fonctionnement de la Chambre.

Le retour anticipé des députés sur les bancs de l’assemblée est sans doute l’aspect le plus visible et marquant de cette réforme. Dans la perception de bon nombre de citoyens, les vacances dont bénéficiaient les parlementaires pouvaient être qualifiées de ‘royales’. Un des objectifs de cette réforme était donc très probablement de modifier cette perception. Car - soyons honnête – il est difficilement défendable d’octroyer trois mois de vacances d’été (de la fête nationale le 21 juillet jusqu’au State of the Union du 2ème mardi du mois d’octobre) aux députés, alors qu’un citoyen lambda en a beaucoup moins.

Bien entendu, les parlementaires ne prenaient pas réellement trois mois de vacances. Comme on a de nouveau pu le remarquer cet été, le ‘twittoparlement’ a continué à fonctionner à plein régime. Nombreux sont ceux qui ont profité de l’absence de travaux parlementaires pour se faire entendre dans les médias et sur les réseaux sociaux. Cependant, sacrifier un mois de congé pour permettre de gérer le pays de façon vigoureuse ne fera bien entendu pas de tort pour sa perception auprès du grand public en cette période d’économies et de restrictions budgétaires.

La principale motivation pour cette réforme est cependant à chercher ailleurs : la prise de conscience que le parlement doit sortir de l’ombre du gouvernement fédéral. En théorie, le parlement est le ‘pouvoir législatif’ et le gouvernement le ‘pouvoir exécutif’. Mais en réalité, le parlement est devenu au fur et à mesure des années un ‘pouvoir ratifiant’ qui approuve sagement les projets de loi que le gouvernement lui soumet.

C’est pour cela que – symboliquement - il est important que ce ne soit plus le gouvernement qui ouvre l’année parlementaire avec son discours sur l’Etat de l’Union. Cette année, au traditionnel deuxième mardi d’octobre, lorsque le Premier ministre se dirigera vers le perchoir pour présenter les projets du gouvernement et son budget attenant, il se trouvera en face de parlementaires qui auront déjà atteint leur vitesse de croisière et seront bien préparés pour lui donner du fil à retordre.

Cette réforme démontre aussi une autre volonté. Celle de vouloir s’émanciper du gouvernement. Par le passé, les réunions de commission ne pouvaient être convoquées lors des vacances parlementaires qu’avec l’aval du président de la Chambre et du ministre compétent. A présent, il suffit que le Président de la Chambre et le Président de la Commission en question soient d’accord. Les ministres ont donc perdu leur droit de véto et peuvent être rappelés de vacances, si le parlement le leur impose. D’accord, aucun ministre n’a été rappelé cet été, mais il s’agit néanmoins d’un signal symbolique fort en matière de pouvoir ‘retrouvé’.

Les présidents de partis, omnipotents, sont aussi impactés. Ils ne peuvent plus contrecarrer ou ralentir certains travaux parlementaires. La réforme prévoit que les partis politiques organisent - obligatoirement - leurs réunions de rentrée politique les deux premières semaines de septembre. Ce qui permet au Parlement de se lancer pleinement dans ses activités dès la troisième semaine. Aucun député ne peut utiliser les réunions internes de son parti comme excuse pour son absence au Parlement.

Le Président de la Chambre Siegfried Bracke s’attribuera volontiers les mérites de cette réforme. Pour son parti, la N-VA, c’est une concrétisation du slogan électoral de 2014 : ‘la force du changement’. Le secrétaire d’état Theo Francken n’a d’ailleurs pas manqué de rappeler sur Twitter – où aurait-il pu le faire d’autre ? – qu’il était le premier, en 2012, à plaider en faveur d’une telle réforme.

La question est à présent de savoir si cet affranchissement symbolique se traduira aussi dans la pratique. On pourra notamment le vérifier en analysant le nombre de résolutions qui ne seront pas mises tout simplement de côté par le gouvernement. Ou en comptabilisant le nombre de propositions de loi - issues donc du parlement – qui seront effectivement promulguées en tant que loi.

A titre illustratif : Entre 2006 et 2014, 3.981 propositions de loi ont été déposées par des députés. Mais seulement 366 d’entre elles, soit une proportion dérisoire de 9%, ont été adoptées. Au cours de la même période, 100% des 1.292 projets de loi déposés par le gouvernement ont quant à eux été approuvés par le parlement. Curieux de savoir si ce ratio va sensiblement changer d’ici la fin de cette législature… 

 

Carl Buyck

This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.

 

twitter google+ linkedin




De drijfveren achter de vervroegde start van het politieke werkjaar Vandaag, 15 september, hervatten de 150 federale Kamerleden officieel hun politieke werkzaamheden. De start van het politieke werkjaar komt bijna een maand vroeger dan voorheen. Dat is het gevolg van een hervorming van de werking v...
twitter google+ linkedin
Minder vakantie, meer macht?
02 September 2016 / public affairs / akkanto / EN 
02 September 2016 / public affairs / akkanto /

There is no denial, the holidays are over. August is gone, September is here, #Rentrée2016 is trending. So let’s embrace this back-to-school feeling, and see what’s coming up in the world of communication. Here’s a top 5 of what the akkanto team is getting excited about: 1. Public Affairs: politicians are so eager this year… ...that the Belgian federal parliament will resume its activities earlie...
twitter google+ linkedin




There is no denial, the holidays are over. August is gone, September is here, #Rentrée2016 is trending. So let’s embrace this back-to-school feeling, and see what’s coming up in the world of communication. Here’s a top 5 of what the akkanto team is getting excited about: 1. Public Affairs: politici...
twitter google+ linkedin
5 post summer communication trends
01 August 2016 / akkanto / NL 
01 August 2016 / akkanto /

akkanto Summer Academy - don't miss out!

Concept

akkanto pakt deze zomer opnieuw uit met de "akkanto Summer Academy", een reeks collectieve communicatietrainingen aan uiterst scherpe prijzen. Trakteer uzelf en uw teamleden op deze workshops, een fijne mix van kennis, ervaring en nieuwe inzichten op het vlak van Public affairs, Mediarelaties & Digitale media, Crisiscommunicatie, Interne communicatie en Overtuigend schrijven.

De zomermaanden bieden een goede gelegenheid om – eindelijk – de tijd te nemen om bepaalde communicatievaardigheden aan te scherpen. Wij bieden vijf collectieve trainingen aan die exclusief voorbehouden zijn voor onze klanten en relaties. Om een optimale kwaliteit te garanderen, worden de opleidingen georganiseerd in kleine groepen. Opgelet, het aantal plaatsen is beperkt!*

De prijs bedraagt EUR 600 per sessie/per deelnemer (exclusief btw). Wij bieden u een korting van 10% aan indien uw onderneming meer dan vijf mensen inschrijft voor een of meerdere opleidingen. De korting bedraagt 15% op het totale bedrag indien u meer dan 10 mensen inschrijft.

Alle opleidingen vinden plaats in onze kantoren. Indien u met de wagen komt, kan u op een parkeerplaats rekenen.

Aarzel niet ons te contacteren voor meer informatie of ons te vragen een trainingsprogramma op maat samen te stellen. Hieronder vindt u meer informatie over elk van de vijf workshops.

Interesse? Schrijf u dan snel in via deze link.

 

Social media en crisiscommunicatie (23 augustus 09:30 - 12:30)

Vrienden of vijanden?

Sociale media kunnen uw crisiscommunicatie compleet onderuithalen als u zich niet goed voorbereidt. Vergeet echter niet dat u ze als bedrijf ook in uw voordeel kunt gebruiken in tijden van crisis, mits de nodige voorbereiding en integratie in de juiste communicatiemix uiteraard. Precies dat wordt tijdens deze sessie besproken en zal elke deelnemer toelaten om zijn crisiscommunicatie op sociale media aan te scherpen.

Voor wie? Deze workshop richt zich naar communicatieverantwoordelijken en -medewerkers die de gevaren en opportuniteiten van sociale media in tijden van crisis beter willen inschatten en op zoek zijn naar manieren om zich hierop voor te bereiden – of het bedrijf nu zelf op sociale media aanwezig is of niet.

 

Belgisch medialandschap (23 augustus 13:30 - 17:30)

Welke trends beïnvloeden uw relatie met traditionele en digitale media?

Hoe bouwt u optimale relaties op met de media? Welke digitale platformen beantwoorden het best aan uw noden? Om daarop een antwoord te bieden, doorlopen we het Belgische medialandschap, de grote trends in traditionele en digitale media, hun werkwijze en de verwachtingen van journalisten en bloggers, dit alles geïllustreerd door oefeningen en praktische tips.

Voor wie? Voor beginnende woordvoerders en communicatieverantwoordelijken, alsook voor managers die hun kennis van het Belgische medialandschap willen uitbreiden of opfrissen.

 

Overtuigend schrijven (24 augustus 09:00 - 13:00)

Opiniestukken die het verschil maken

Tijdens deze interactieve workshop gaan we in op het nut van opiniestukken, hoe u de overtuigingskracht ervan maximaliseert en hoe u ze verspreidt. Hoe trek ik en behoud ik de aandacht van mijn lezers? Hoe structureer ik mijn opiniestuk? Hoe frame ik een maatschappelijk probleem? Welke inzichten uit de gedragswetenschappen helpen me de interesse te wekken en de lezer te overtuigen? Welke stijlfiguren laten het stuk nazinderen? De kennis die u tijdens deze workshop opdoet, zal u ook van pas komen bij het schrijven van position papers en brieven, het opmaken van presentaties en het spreken tijdens meetings.

Voor wie? Deze workshop richt zich in de eerste plaats naar beginnende en ervaren Public Affairs professionals, die de ambitie hebben om hun stem luider te laten klinken op het publieke forum. De workshop bevat echter ook heel wat interessante inzichten voor andere communicatieprofessionals die hun overtuigingskracht willen aanscherpen.

 

Public affairs in België (25 augustus 13:30 - 17:30)

Van theorie tot praktijk

Het Belgische politieke landschap is complex. Deze opleiding toont u een blik achter de schermen van het Belgische politieke systeem en overloopt de verschillende stappen om een efficiënte Public Affairs strategie uit te bouwen.

Voor wie? Voor beginners en ervaren communicatieprofessionals die Public Affairs niet als enige activiteit uitoefenen maar graag meer willen weten over hoe het beleid een invloed uitoefent op hun onderneming en hoe zij zelf het beleid kunnen beïnvloeden.

 

Interne communicatie (26 augustus 09:00 - 13:00) 

Een bedrijfscultuur veranderen en versterken

Welke impact heeft uw bedrijfscultuur op de werking van uw organisatie? Delen alle werknemers de cultuur van de organisatie? Hoe wordt een cultuur gemeten? Hoe ziet de ideale cultuur eruit? Hoe kan men de meningen en gedragingen binnen een organisatie doen evolueren? Wat zijn de succesfactoren bij het veranderen van de bedrijfscultuur? Als u zich al deze vragen stelt, moet u zeker deelnemen aan deze workshop.

Voor wie? Voor toekomstige, beginnende of zelfs ervaren communicatie- en HR verantwoordelijken die aan de hand van praktijkcases methodes en technieken willen ontdekken om hun bedrijfscultuur te versterken.

 

Alle sessies kunnen in het Frans, Nederlands en/of Engels gehouden worden in functie van de voorkeur van de deelnemers.

max. 12 deelnemers

EUR 600 per deelnemer (excl. btw)

twitter google+ linkedin




FR 
01 August 2016 / akkanto /

akkanto Summer Academy - don't miss out!

Concept

Cet été, akkanto lance à nouveau la "akkanto Summer Academy", une série de formations collectives à des prix particulièrement intéressants. Offrez-vous ainsi qu’aux membres de votre équipe une de ces formations qui allient l’expertise de professionnels du secteur, leur expérience ainsi que la présentation de nouvelles tendances dans les domaines de la communication, à savoir les Public Affairs, les Relations médias & médias digitaux, la Communication de crise, la Communication interne et l’Ecriture persuasive.

Les mois d’été sont un moment propice pour - enfin - prendre le temps de peaufiner certaines compétences en matière de communication. Nous vous proposons cinq formations collectives réservées à nos clients et relations. Afin de garantir une qualité optimale, nous proposons d’organiser ces sessions par petits groupes. Attention : le nombre de places est limité !*

Le prix s’élève à EUR 600 par participant, par formation (hors TVA). Nous vous offrons une réduction de 10% si votre société inscrit plus de 5 personnes à une ou plusieurs formations. Cette réduction sera de 15% si vous inscrivez plus de dix personnes.

Toutes les formations se dérouleront dans nos bureaux. Si vous venez en voiture, une place de parking sera mise à votre disposition.

N’hésitez pas à nous contacter pour plus d’informations concernant l’une de ces formations ou concernant une formation sur mesure pour votre entreprise.

Intéressé(e)? Inscrivez-vous vite en suivant ce lien.

 

Les médias sociaux et la communication de crise (23 août 09:30 - 12:30)

Amis ou ennemis ?

Sans préparation, les médias sociaux peuvent totalement compromettre votre communication de crise. N’oubliez toutefois pas que vous pouvez les utiliser à votre avantage en temps de crise à condition que vous ayez évidemment pris le temps de vous y préparer et que vous les ayez intégrés à votre mix de communication. Cette formation permettra aux participants de mieux comprendre l’utilité des médias sociaux, en particulier dans la  communication de crise.

Pour qui? Ce workshop intéressera les responsables et les collaborateurs des départements de communication qui souhaitent mieux évaluer les dangers et les opportunités des médias sociaux lors d’une situation de crise et qui recherchent des pistes pour s’y préparer, que l’entreprise soit présente sur les médias sociaux ou non.

 

Paysage médiatique belge (23 août 13:30 - 17:30)

Quelles tendances impactent vos relations avec les médias traditionnels et digitaux ?

Comment construire des relations optimales avec les médias? Quelles plateformes digitales correspondent le mieux à vos besoins? Pour y répondre, nous parcourrons le paysage médiatique belge ainsi que les grandes tendances dans les médias traditionnels et digitaux, leur mode de fonctionnement, les attentes des journalistes et bloggeurs, le tout ponctué d’exercices et de conseils pratiques.

A qui s’adresse cette formation? A de nouveaux porte-parole et responsables de la communication, ainsi qu’à des managers qui souhaitent étoffer ou rafraîchir leurs connaissances du paysage médiatique belge.

 

L’écriture persuasive (24 août 09:00 - 13:00)

Les textes d’opinion qui font la différence

Cette formation interactive abordera l’intérêt et l’utilité des textes d’opinion, la manière de maximiser leur impact sur les lecteurs et la meilleure façon de les partager et de les faire connaître du grand public. Comment attirer et maintenir l’attention des lecteurs? Comment structurer son article d’opinion? Comment positionner un problème sociétal? Quelles connaissances issues des sciences du comportement peuvent vous aider à susciter l’intérêt et convaincre le lecteur? Quelles figures de style permettront de marquer les esprits? Les connaissances acquises au cours de cette formation vous serviront par ailleurs lors de la rédaction de ‘position papers’ et de correspondances ainsi que pour l’élaboration de présentations et la prise de parole dans des situations diverses.

Pour qui? Cette formation s’adresse aux professionnels en matière de Public Affairs, débutants ou confirmés, qui aspirent à faire entendre leur voix sur la place publique. De manière générale, cette formation intéressera également tous les professionnels de la communication qui souhaitent renforcer leur pouvoir de persuasion.

 

Les Public Affairs en Belgique (25 août 13:30 - 17:30)

De la théorie à la pratique

Le paysage politique belge est complexe. Cette formation permettra de mieux comprendre les méandres du système politique belge et identifiera les différentes étapes pour développer une stratégie de Public Affairs efficace.

Pour qui ? Pour les professionnels de la communication, novices ou expérimentés, qui ne sont pas uniquement chargés des Public Affairs, mais qui souhaitent comprendre l’influence que la politique peut exercer sur leur entreprise et la manière dont ils peuvent eux-mêmes influencer la prise de décision politique.

 

Communication interne (26 août 09:00 - 13:00)

Changer et renforcer une culture d’entreprise

Savez-vous quel est l’impact de la culture d’entreprise sur le fonctionnement de votre organisation? Les employés partagent-ils tous la culture de l’organisation? Comment mesure-t-on une culture? Quelles sont les caractéristiques de la culture idéale? Comment peut-on faire évoluer les opinions et les comportements au sein d’une organisation? Quels sont les facteurs de succès d’un changement de culture d’entreprise? Si vous vous posez ces questions, alors cette formation est faite pour vous.

Pour qui? Pour les responsables de la communication et des ressources humaines, novices ou expérimentés qui, à travers des cas pratiques, veulent découvrir des méthodes et des techniques pour renforcer leur culture d’entreprise.

 

Toutes les sessions peuvent être organisées en français, en néerlandais et/ou en anglais, en fonction de la préférence des participants.

max. 12 participants

EUR 600 par participant (hors TVA)

twitter google+ linkedin




Concept akkanto pakt deze zomer opnieuw uit met de "akkanto Summer Academy", een reeks collectieve communicatietrainingen aan uiterst scherpe prijzen. Trakteer uzelf en uw teamleden op deze workshops, een fijne mix van kennis, ervaring en nieuwe inzichten op het vlak van Public affairs, Mediarelati...
twitter google+ linkedin
akkanto Summer Academy - don't miss out!
13 July 2016 / media relations / NL 
13 July 2016 / media relations /

Hoe ziet de journalistiek er binnen 10 jaar uit?

“Journalisten, bloggers, karikaturisten… Wie zijn de opiniemakers in 2016?” was de centrale vraag waar het debat van de associatie 3C (Corporate Communications Community) enkele dagen geleden over ging. Thierry Bouckaert, Voorzitter van 3C en Managing Partner van akkanto, was de moderator van het debat. Ter afsluiting van de discussie, stelde hij aan de vier sprekers de vraag hoe zij het journalistenberoep binnen 10 jaar zien:

 

Joan Condijts (hoofdredacteur van L’Echo): “Sinds enkele jaren horen we steeds vaker dat de pers zal verdwijnen, maar in werkelijkheid heeft de media nooit zoveel mensen bereikt als vandaag. Dit toont des te meer aan dat de behoefte aan informatie groot blijft. Ik denk dus dat de journalisten binnen 10 jaar niet noodzakelijkerwijs zeer verschillend zullen zijn als die van vandaag. Het is vooral de kwaliteit van de informatie die voorrang zal blijven hebben. Wat daarentegen wel zou kunnen veranderen, is de snelheid van de informatiestroom en de manier waarop deze voorgesteld zal worden. Storytelling zal zonder twijfel steeds belangrijker worden.”

 

Dominique Deckmyn (journalist gespecialiseerd in nieuwe media voor De Standaard): “Wat in ieder geval wel zeker is, jammer genoeg, is dat er binnen tien of twintig jaar minder journalisten zullen zijn dan vandaag. Diegenen die er nog zullen zijn, zullen niet enkel gespecialiseerde journalisten zijn, maar ook diegene die autoriteiten kunnen zijn in de sector, zowel via hun eigen media als via de traditionele media. De journalisten gaan zonder twijfel ook steeds meer opinieleiders worden, want voor dergelijke journalistiek zullen de mensen nog steeds bereid zijn geld te betalen.”

 

Guido Everaert (influence blogger en columnist voor De Morgen): “Ik denk dat we ons momenteel nog in een overgangsfase bevinden, maar dat we wel verschuiven naar meer flexibiliteit tussen het eigen merk van de journalist en het merk van het medium waar hij of zij voor werkt. Ik denk ook dat, naast de licht, gemakkelijk verteerbare inhoud die gemakkelijk te delen is en die we terugvinden op vele nieuwssites, we tegelijkertijd ook rigoureuze onderzoeksjournalistiek zullen zien opduiken. Want lezers mogen niet onderschat worden: in tegenstelling tot wat velen denken, zijn lezers zeker in staat om het onderscheid te maken tussen amusante en pertinente informatie.”

 

Nicolas Vanderbiest (onderzoeker en specialist in e-reputation aan de Université Catholique de Louvain): “Zelf al ben ik zelf geen journalist, ik hoop vooral dat de journalisten die binnen tien jaar actief zullen zijn in de eerste plaats zullen proberen om unieke inhoud te produceren. Of in ieder geval toch iets dat anders is dan wat alle andere zeggen of schrijven.”

 

Mathieu Van Overstraeten

This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.

twitter google+ linkedin




FR 
13 July 2016 / media relations /

A quoi ressemblera le journalisme dans 10 ans ?

« Journalistes, blogueurs, caricaturistes… Qui sont les leaders d’opinions en 2016 ? » Telle était la thématique du débat organisé il y a quelques jours par l’association 3C (Corporate Communications Community). Thierry Bouckaert, président de 3C et Managing Partner d’akkanto, était le modérateur du débat. En guise de conclusion, il a demandé aux quatre orateurs comment ils voyaient le métier de journaliste d’ici 10 ans :

 

Joan Condijts (rédacteur en chef de L’Echo): « Depuis quelques années, on entend souvent dire que la presse va disparaître. Mais en réalité, elle n’a jamais atteint autant de personnes qu’aujourd’hui, ce qui prouve que le besoin d’information reste criant. Dans 10 ans, je pense donc que les journalistes ne seront pas forcément très différents de ceux de maintenant. C’est la qualité de l’information qui continuera à primer. Là où ça pourrait changer, par contre, c’est au niveau de la rapidité de circulation de l’information et dans la manière dont elle sera présentée. Le storytelling va sans doute prendre de plus en plus d’importance. »

 

Dominique Deckmyn (journaliste spécialiste des nouveaux médias au Standaard): « Ce qui est certain, hélas, c’est que dans 10 ou 20 ans, il y aura moins de journalistes qu’aujourd’hui. Ceux qui resteront, ce seront les journalistes spécialisés, mais aussi ceux qui seront capables d’être des autorités, tant via leurs propres médias que via les médias traditionnels. Les journalistes vont sans doute devenir davantage des faiseurs d’opinion, car c’est pour ce type de journalisme que les gens seront prêts à continuer à payer. »

 

Guido Everaert (blogueur influent et chroniqueur pour De Morgen): « Je crois qu’aujourd’hui, nous nous situons encore dans une phase de transition, mais on se dirige certainement vers une plus grande souplesse entre la marque propre du journaliste et la marque du média pour lequel il travaille. Je pense également qu’à côté du contenu léger facilement consommable et partageable que l’on retrouve sur beaucoup de sites d’info, on va assister dans le même temps au maintien d’un journalisme d’enquête plus rigoureux. Car il ne faut pas sous-estimer les lecteurs : contrairement à ce que beaucoup pensent, ils sont tout à fait capables de faire la différence entre des infos amusantes et des infos pertinentes. »

 

Nicolas Vanderbiest (chercheur et spécialiste de l’e-reputation à l’Université Catholique de Louvain): « Même si je ne suis pas journaliste moi-même, j’espère surtout que les journalistes qui seront actifs dans 10 ans essaieront avant tout de produire du contenu unique, ou en tout cas quelque chose de différent par rapport à ce que disent ou écrivent tous les autres. »

 

Mathieu Van Overstraeten

This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.

twitter google+ linkedin




« Journalistes, blogueurs, caricaturistes… Qui sont les leaders d’opinions en 2016 ? » Telle était la thématique du débat organisé il y a quelques jours par l’association 3C (Corporate Communications Community). Thierry Bouckaert, président de 3C et Managing Partner d’akkanto, était le modérateur d...
twitter google+ linkedin
A quoi ressemblera le journalisme dans 10 ans ?